Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
Opmerk. 2. (Sin wordt evenals het lidwoord ein verbogen, waar-
van 't zich alleen door den klemtoon onderscheidt.
Staat er een der ®eftimmwörter b e r (bie, ba§), b i e i e v ,
jener ie. mein, bein, u n f e r !c. voor, dan behandelt
men het als een gewoon adjectief; b. v. ®cr eine fagiebicä,
ber n n b e r e ba§ ; mein einer greunb ßcljt, ber nnbere bleibt.
Wanneer het alleen staat en betrekking heeft op een
voorafgaand of volgend substantief dan duidt het door
uitgangen het geslacht en den naamval van dit subst.
aan ; b. v. gin §nu§ unb UDcf) ein §ou§ unb nod) ciiiè (eine§).
Stoei greunbe unb no(^ einer, einer ber Sreunbe, eine ber
grouen, ein(e)ë ber fiinber. fprnd^ uon einem ber ßinber
unb t)on einer ber gmnen.
Staat het alleen als onbenoemd getal, d. i. zonder betrek-
king te hebben op een naburig substantief, dan is het on-
veranderlijk eins, b. v. ïlufgepafet ! e i n § , jmei, brei! (ïintnat
einê ift e i n ®n§ ginmaleinS (tafel v. vermenigvuldiging).
®iefc§ .(!inb ift mein e i n § uitb adeê. ®ie OSlode tjnt einê gef(^In=
gen. ÏSie fpöt ift eS ? ift (;alb einê, ein ®ierte( ouf einê
(12'A), brei ffiiertet nuf einê CI2V4).
Opmerk. 3. Uitdrukkingen als : een mijner vrienden (zie opm. 2),
drie, tien, eenige mijner vrienden, een mijner boeken,
■wie uwer kent hem niet, zes van ons, acht van hen en
dergelijke kunnen in 't Hgd. evengoed door het voorzetsel
Uon met daarop volgenden datief als door den gewonen ge-
netief worden teruggegeven. Zelfs is einer, jmei, einige tj 0 n
meinen greunben nog gebruikelijker dan: einer,, jniei, einige mei=
ner greuttbe. Evenzoo is het onverschillig of ik zeg: (ïinê
metner Siitber, mehrere ber £(^üler of: einê Don meinen ®ü=
d)ern. mestere non beu Sdjütern. - Wanneer een voornaam-
woord volgt, gelijk in: (ïiner «on un?, jmei Oon itjnen, wiele
Don eud^ !c., moet men zelfs de omschrijving met uon ge-
bruiken.
Zulke genetieven' (oicie meiner greunbe, »iele tjon meinen Sreun=
ben) dragen in 't algemeen den naam van partitieven genetief
d. i. genetief van deeling.
Opmerk. 4. S'ot' en Srei krijgen somtijds in den genetief en datief
de gewone uitgangen er en eii, b. v. ?(u§ jtoeier 53ïunb
mirb unê bie Söaljrbeit funb (bekend). Jtiemanb tnnn jtseien Herren
bienen. Um breier Urfac^en ÜBilten «urbe er beftraft. Bit tomen ju
breien (met hun drieën). — Wanneer de naamval echter
op eene andere wyze (door een Scftitntnwort, door een
adjectief of door 't volgende substantief) kan worden aan-