Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
'i i


!
§
D. Het aanwijzend voornwd. lïns Ijiniueifenïie lilrtüort
De aanwijzende voornw. zijn in 't Hgd. dezelfde als in 't Ne-
derl, namelijk: biefer, biefe, biefeê tee; jener, iette, jcneê gene; folt^er,
fo(d)e, fot(^e§ zulk een^ zulk. — Daarbij komt voor het Duitsch
nog bcr, bie, ba§, hetwelk ook lidwoord is, maar als aanwijzend
vnwd. den klemtoon heeft, dien het als lidwoord mist; b. v.
Die man is sterk, b e.r 9)ittnn ift ftarf. - Die gedachte maak-
te mij treurig, ber ©ebanfe madjte mirf) traurig. - Kent gij dien
man? Neen, dien 1) niet, maar zijn' broeder, ja, dien ken
ik. trennen Sie ben 9Jiann ? ^ i e i n , ben nic^t, aber feinen 93ruber, ja,
ben fenne tc^.
% e r (bie, baê) komt dus in vele gevallen met biefer (biefe
biefeê) en vooral met jener (jene, jeneê) overeen. Worden twee
voorwerpen, die zich op verschillende plaatsen bevinden als 't
ware met den vinger aangewezen, dan gebruikt men meestal
.biefer en jener, b. v. ®iefer 9}lann ift orm, jener aber iftreit^.
herwordt evenzoo verbogen als ber beftimmte ?IrtifeI, wanneer
het vóór een substantief staat. Staat het echter alleen, dan ver-
andert de verbuiging eenigszins nl. in den genetief enkel- en
meervoud en in den datief meervoud :
ö i n 5 a f) 1.

®er die
teffen diens
bem dien
ben dien.
^ie die x
beren dier -
ber [aan] die .
bic die.
^aê dat
beffen diens
bem dat
baê dat.
c ïj r 3 a ^ I.
S)ie die
beren dier
benen dien
bie die.
Op dezelfde wijze wordt ook ber verbogen als :
E. Betrekkelijk voornwd., bejieljenbes Jütwort.
Voorbeelden :
6r fprad) iiber ben 9Jiann unb beffen ^inber.

<3
0
Aanwii7 IViuaj uyer üen 'jjcann uno oei]en Kinoer.
^ l(5r fprad) über bie Seute unb beren (hunne) ^inber.
"Rpfrpkk beffen ^tinber bort fpieten, ift g(üdlic^.
^ ^ie !üeute, beren ßinber bort fpielen, finb gtüdïidj.
Aanwijz. ®ie ßcutc? 9Mn, benen 2) gebe t^ nid)t§.
Betrekk. 2)ie ^eute, benen id; nid)tê gab, maren böfe nuf mic^.
1) Wij kunnen hier in plaais van dien ook hem gebruiken j in h» i Duilscli mag
volsireki niel i^n gebniiki worden. — 2) Wij zouden hier benen ook door hun
kunnen veridlen ; in hel Duitsch kan evenwel benen niel door i^nen worden ver-
vangen.