Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
den persoon een ander voornwd. van den tweeden persoon,
en zeg daarby, welk verschil in beteekenis deze verandering
te weeg brengt:
§afi bu gefe^en? 3a, ic^ ^abe bic!^ gefe^en. ©eben <5te
auf 9ieifen ? 3a, ge^en ® t e mit mir ? SeBiüft b u bein alteê
§auS öerfaufen? SBer ^at bir bie fc^önen Sögel gef(|enît?
roiü 3 ^ n e n unb i^nen einige 9îûfen pfïücfen. — Sennen © i e meine
©d^mefter Suife ? „3a, ic§ ^abe fie BorigeS3abr bei S^rer ïante
gefe^en." ©ie^at geftern über ©ie gefpro^en. — 2Bitlft bu bi(^
biefer armen Seuten erbarmen ? — 5)a8 finb ^übft^e Sinber, ic^ üebe
fie fe^r. „©o, liebft b u fie ?" - ®ag ift bie (Sräfin Bon S., ^nft
bu fi e geftern Sïbenb ni^t gefe^cn ? Stein, ic^ ^abe bloß b i t^ unb
b e i n e ©djroefter gefe^en. - ®arf (mag) ic^ bein Sur^ mitnehmen ?
SWeinetroegen.
2° Verander bu. Sein etc. in het „giirmort bev t)öflid)cn *Änrebe" :
lieber Sart!
II« 1) i^ geftern am §aufe ©eine« D^eim« (= SDnfel) Borbei=
ging, rief mic^ biefer ^erein 2). „Sffieigt bu fcfjon", fagte er, „baß
bein greunb Äarl ba« dromen glänjenb 3) beftonben 4) ^ot?"
3c^ broutée 5) bic^ roo^t ni^t ju Berfid^ern, mie fe^r mit^ biefe«
SBort erfreute 6). gratuliere 7) iet) ®ir unb bitte 8) Di^,
au^ ®einen ticben ®tern meine ©lücfroünfc^c ju überbringen. §at
man e« 3)ir ferner gemad^t? §aft ®u bie gragen unb Stufgaben
noc^, bie mon ®ir Borgetegt ^at? 3)u mürbeft mir unb bem S33it=
^etm einen großen ©efatlen 9) t^un, menn ®u in Seinem fotgenben
Sriefe biefetben einf^ticgen 10) roottteft. ®rüße bie ©einigen Bon
mir unb fc^icte rec^t batb einen auêfüfjrti^en Srief an 2)einen
wm-
3° Welke veranderingen moeten in den brief worden aange-
bracht, wanneer Spbiüpp niet alleen aan Karl, maar tevens aan
diens broeder Çetnric^ schrijft ?
4° Vertaal nu eens op drie manieren, wat het gecursiveerde
voornaamwoord betreft:
Ik zie u. Ziet gij mij. Ziet gij u zelf in den spiegel {Dat.) ?
1) toen. 2) binnen, .3) schitterend. 4) gedaan, doorstaan, 5) beiioef. 6) ver-
heugde. 7) feliciieer. 8) verzoek, 9) genoegen, pleizier. iu) insluiten.