Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
■I
I-
l
52
vnwä. herhaald. Zoo vertaalt men: Ik, die mv vriend ben;
gij, die mijn vriend zijt; jullie, die mijne vrienden zijt,
door: ber ic^ bein Sreunb 6in; bu, ber b u mein greunb bift
(of:) ®ie, ber ©ie mein greunb finb ; i^r, bie i () r meine greunbe
fetb. Evenzoo : Sater unfer, bcr 2) u bift im Gimmel (voor :) Su
ber ® u enz.
Opmerk. 5. Zoowel zelf als zelfs wordt in het Duitsch door
fcIBfl vertaald, b. v. Hij heeft het zelf gedaan, er tjat e0 fclbft
getl)an. Zelfs zijne vijanden achten hem, f c 1 b ft feine Seinbe
ai^ten ifjn. - In de eerste beteekenis kan fetb ft ook door
het onbuigbare fcI6cr worden vervangen, b. v. (ïr fel bcr
' ■ K ' ' ^at, fie fetb er tjoben e§ Gctl)an.
Opmerk. 6. beantwoordt niet alleen aan het, maar ook aan
er, b. V. Het regent, e§ regnet. Het is mij wel, e§ ift mir rei^t.
f ' Ik ben het moede, ic^ bin c0 mübe. Het is al lang geleden,
e§ ift fdjon longe ()er. Er werd gedanst, e§ würbe getaujt. Er was
eens een koning, e§ war einmal ein König. Er zijn vele armen
in deze stad, e§ gibt »iele Firmen in biefer ©tabt.
Opmerk. 7. Siift (het reflexieve voornwd.) wordt in 't Hoogd.
meer gebruikt dan het voornaamwd. zich in't Nederlandsch.
Evenals de Franschman bezigt de Duitscher dit voornwd.
dikwijls, waar wij het hulpwerkwoord worden moeten
gebruiken; b. v. S}a§ Berftcl)t fidj, cela s'entend, dat spreekt.
®er ©c^lüffcl t)at fidfi gefunben, la clef s'est trouvée, de sleu-
tel is gevonden (geworden). ®a§ lernt fidi leicfit, balb etc.
dat wordt gemakkelijk, spoedig enz. geleerd (of:) dat laat
zich enz. leeren. fragt fic^, (er) wordt gevraagd.
In het Fransch komt se in deze beteekenis nog veel
meer voor dan fic^ in 't Hoogduitsch.
Sii^ kan ook elkander (cinonber) beteekenen. Zoo zegt de
Duitscher gaarne: êie Reifen fic^ in plaats van: fie t)clfen
einanber; fie fa^en ficf) läcf)elnb an in plaats van : fie faljen
einanber, enz. Evenzoo : fie umarmten fi(^ ; wir fc^reiben u n é
balb wicber ; ßinblein, liebt e u ^ unter einanber.
Opmerk. 8. De Duitsche onbepaalde voornaamwoorden (bie unbe=
ftimmten giirwörter) komen met de onze overeen. Het zijn :
jemanb (iemand), nicmanb (niemand), jeber ma nu
(iedereen), ctwoë (iets), nichts (niets) en mon (men).
In plaats van jemanb en n i e m a n b bezigen de Duit-
schers ook zeer dikwijls einer, fcincr; b. v. Er roept iemand,
e§ ruft einer. Ik hoor iemand roepen, ic^ ()örc einen (jemanb)
rufen. Aan niemand geef ik het, • feinem gebe idj eë. Is er
niemand, die het weet? 3ft feiner, ber eê weife? Stein,
fenne feinen, ber c§ wcife.