Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
der geheele stad. Zijn vertrouweling zal 2) spoedig gezant
worden 2). Meer dan 3) duizend dooden en gewonden lagen
op het slagveld (Dat.); honderd der gewonden zijn thans weer
(wieber) genezen 4). Hoeveel zieken liggen in het oude hospitaal 5) ?
Vele zieken zijn thans weder gezond. Menig arm kind is tot
iets groots bestemd 6). Er zijn ook onder de vogels rijken
en armen, voornamen 7) en geringen 8), vorsten en koningen
en eenvoudige 9) handwerkers 10). Een troostrijk 11) woord is
artsenij 12) voor (o.) den treurende 13) (Dat.). De kinderen van
rijke lieden zijn niet altijd te benijden.
1) muß. 2) wirb., .werben. 3) afê. 4) gefjeilt. 5) «pitnl onz. 6) be=
ftiinmt. 7) oorne{)m. 8) gering. 9) jc^lidjt. 10) Öanbioerfer. 11) tröftlid^-
12) "Mrjnei vr. 13) h-auernb.
2.
Rijken en armen allen moeten 1) sterven. De goede-God
laat zijne zon 2) opgaan 3) over boozen en goeden (Acc.) en
regent 4) over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (Acc.). Hebt
gij wel eens 5) een' ter dood veroordeelde 6) gezien? Neen,
maar ik zag verleden week 7) twee veroordeelden, die in de
sombere gevangenis 8) (Acc.) gevoerd werden. Een arme
blinde zocht met vooruitgestoken 9) hand den weg; een rei-
zende vreemdeling bracht hem 10) weder op het rechte 11)
pad. Onze oude bediende vertelde mij 12), dat 13) vele vreemde'
reizigers, eenige buitenlandsche 14) gezanten en twee beroem-
de geleerden in 'de stad (Dat.) waren aangekomen 15).
1) müffen. 2) Sonne vr. 3) nufgeljen. 4) regnet. 5) einmal. 6)ein}unt
ïobe SSerurteiltcr. 7) Borigc äöo(^e. 8) ©efängniS onz. 9) borgeftredt.
10) itin. 11) rec^t. 12) mir. 13) bafe. 14) nnälftnbifdi. 15) nngefommen
jeien.
3.
Een verre 1) bloedverwant van onzen reiziger is stedelijk
muziekdirecteur geworden. De veroordeelde moest 2) vyf jaar
lang als 3) banneling omzwerven 4). Deze vreemdehng behan-
delt 5) zijne ondergeschikten 6) goed. De arme jongeling aan-
vaardde 7) de lange reis; des vaders beste zegen vergezelde
hem 8). Aan de bronnen 9) (Dat.) van den Rijn 10) weerklin-
ken 11) de liederen en gezangen van arme, maar vrije en
vroolijke herders. Verleden week zag ik twee mijner oude
kennissen; ik ben altijd blij, wanneer ik oude kennissen zie.
"Wij allen zijn stervelingen. Een Duitsche gezant heeft den