Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
Wanneer vóór het als substantief gebruikte adjectief heb
lidwoord ber, bie, ba§ of een der Söeftimmwörter biefer, jener
enz. komt te staan, wordt het adjectief natuurlijk zwak ver-
bogen. (Waarom is dit zoo natuurlijk?). By voorbeeld: '
(ï i n 3 O I) 1:
9!. ®er, biefer, jener arme, franïe ®e[et)rte
bel, biefe», jeneS armen, fronten ©ele^rten
bem, biefem, jenem otmen, ftonfen ©ete^rten
Vl. ben, biejen, jenen ormen, fronten föelefjrten.
SOt e t) r 3 0 H:
9i. ®ie, biefe, jene armen, trontcn ©elefjrlen
ber, biefer, jener „ „ „
ben, biefen, jenen „ „ „
bie, biefe, jene „ „ „
Aanm. Ook hier blijft de vorm van g e I e Ij r t dezelfde, onver-
schiUig of dit adjectief alleen staat of door een substan-
tief (b. V. 9)lonn, 9J!annet) wordt gevolgd.
Vertaal:
fel)e laffe, . 3« fof)
bu fie^ft bu läffeft bu foljft
er fief)t er läßt er fat)
mir fe^en mir taffen mir fotjen
i^r fef)t iï)r lofit il)r fot;t
fie fe^en. fie toffen. fie fa()en.
3cf) f)ofie geloffen.
3$ Iie6e, liebte, fjabe geliebt,
fuc^e, fuc^te, ^obe gefud^t.
3ch er3o^Ie, er3öl)tte, ^obe cr3ä^lt.
bringe, brockte, ^obe gebracht,
merbe, murbe, bin gemorben.
id^ ließ
bu lieBeft
er liefe
mir liefeen
i^r liefet
fie liefeen.
spoedig balb, stedelijk ftöbtif^,
altijd immer, somber büfter,
nu, thans je^t, rechtvaardig gerekt,
hoeveel mieöiel, tjverig eifrig, emfig,
bekwaam fa^ig, tild^tig, benijden beneiben.
1.
er is, er zijn e§ gibt ;
Fr. il y a.
vijftig fünftig,
honderd Ijunbert,
duizend toufenb.
Een afgevaardigde moet 1) een bekwaam en ijvrig man zijn.
Onze oude directeur woont in het schoonste en grootste huis (Dat. )