Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
de bruine kousen aan 6). Een arme visscher heeft het lichaam
van den verdronken 7) slotenmaker gevonden. De wreede
schuldeischers hebben het kleine huis, het laatste goed dat
de ■ ongelukkige 8) grysaard 9) bezat, verkocht. Deze groote
en beroemde schrijver werd door (oon) zyne meeste tijdgenoo-
ten niet naar verdienste 10) geschat 11); eenige tijdgenooten
zelfs 12) noemden 13) hem 14) een' halven gek.
1) mciff. 2) ©ttinine vr. 3; gelten. 4) ïugenb vr. 5) ?(bel m. 6)
ric^t vr. 7) empfangen (of) erijntten. 8) ©enerat. 9) befiegt. 10) metben.
11) trug. 12) Code vr. 13) roirb ... »erben. 14) abgetragen. 15) »irb ...
erfüllen. 16) bef^etben. 17) »erben. 18) fingen. - 1) Seinfleiber (meerv.).
2) fü^rt. 3) Kaufmann. 4) gefällt mir. 5) Sintenfag. 6) jieÏK-.. an. 7) er=
trunfen. 8) unglüdlid;. 9) ®ret§. 10) bo§ SBerbienft. 11) gef^fttit. 12) fogar.
13) nannten. 14) i^n.
Staat er voor 't adjectief in 't geheel geen hdw. of Seftimmwort,
dan moet natuurlijk het adjectief alles alleen doen, d. w. z.
het neemt zelf de kenteekenen van geslacht, getal en naamval
aan, gelijk anders zijne ondergeschikten: het lidwoord en de
andere 33cft!mm»örter ; b. v.
G i n 3 a ^ 1.
9JJönnli(^|: SBeiblie^: ©ö^lid^:
9!. guter ffiein frifd)c Suft tolteg ®icr
guten Sïöeineê frifc^er Suft talten SBtereë
gutera STOeine frifcbet Suft taltem Sicre
VI. guten SBein. fvifd^e Suft. falteg Ster.
93J e t) r 3 a t) 1:
9ï. gute SBeine !c.
guter SBeine
guten aSeinen
gute äöeine zc.
Opmerk. 1. Vergelijk met deze verbuiging die der ®cftimm»brtcr
op bladz. 6.
Opmerk. 2. In den genstief manl. en onr:. enkelv. behoeft de 6
niet achter het adjectief te staan, daar de ë (e§) van het subst.
den genetief duidelijk genoeg aanwijst. ®ute§ 2öeine§ zou wel
geen fout zijn, maar wordt niet meer gebruikt. In zekere vaste
(bijwoordelijke) uitdrukkingen heeft de Duitsche taal de 8 be-