Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
ïiie Kriege bcè ffaijetä SJopotcon bc» ®rften. Äönig SBtl^riniS ïob ; ber
a:ob bc§ fiöntBè aSBtl^elm, bc§ ^weiten. Sie <PtQEiè (praktik) be§ ?lb=
uotaten TOutter; ïtbDotot TOüKerê $roïië.
Vertaal:
Siegfried, de zoon van koning Siegmund, is de held van het
Nibelungenlied. Aigis, de zoon van Desiderius, den. Longobar-
denkoning, bezat 1) de kracht van een' reus. Het leven van
Hendrik den leeuw, den edelen hertog van BrunswUk 3),
was herhaaldelijk 4) in gevaar. De muizentoren bü Bingen her-
innert ons 5) aan de wreedheid 6) (Acc.) van Hatto, den bis-
schop 7) van Mainz. Willem Teil schoot 8) Geszier (Dat.),
den wreeden 9) landvoogd 10), een' pyl door het hart. Hektor,
de zoon van Priamus, den koning der Trojanen, werd door
(Bon) Achilles gedood -11). Themistokles, de redder 12) der
Grieken, versloeg 13) by Salamis de legers van Xerxes, den
koning der Perzen 14). Ik heb de laarzen aan mijn' buurman,
den ouden schoenmaker, gegeven. De vriend van mijn neef is
burgemeester 15) v#n B., een dorp in de provincie 16) (Dat.)
Gelderland. De zoon van den slotenmaker woont te Bavel, een
dorp bij de stad Breda. Ik houd van de fabels van Geliert, den
welmeenenden 17) Duitschen 18) volksvriend.
IJ beiafe. 2) eblm. 3) ®rauni(!^»etg. 4) wicbertjolt. 5) erinnert un§.
6) ©raujamfeit. 7) Sifi^of. 8) 9) groufam. 10) Conboogt. 11) ge-
tötet. 12) Ütettev. 13) f^lug. 14) iperjer. 15) «ürgemetfter. 16) ïprosinj.
17) moï)tmetnenb. 18) beutfd;.
Het byvoeglyk naamwoor(i.
^Ibjeftit) ober ei0Cttf(^ttft§h)ört.
§ 1-
Gelijk -we reeds op bladz. 14 gezien hebben, wordt het ad-
jectief met het bepal. hdwoord in 'tmanl. en onzijdig enk. Q^m-
zoo verbogen als in 't Nederlandsch ; in 't vrouwel. enk., en ook
in 't meervoud wijkt het eenigszins af; zie bladz. 20.
Voor de duidelijkheid willen we de gezamenlijke Nederl. en
Duitsche vormen nog eens naast elkander plaatsen: