Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
—]
/
\
a-
30
ei' mit (bem) Sïid^arb ÏÏSagner befreunbet 1). !Die greunbf^aft Äönig
Submigê üon Saiern für ben SBagner ift befannt. ^ic beibeit Stieget
mxm @oet[}eg ^eitgenoffen 2). 3) (iebt ben Äarl me^r
ats ben ïïbotf. jte^e 4) bem Ëaii ben Sïbolf t)or 4).
2) Maak zes kleine zinnen, waarin een eigennaam met het
bepal. lidwoord voorkomt.
3) Vertaal op verschillende wijzen:
De prenten van Marie. De schoenen van Karei. Het zwaard
van Koland. Het leven van Bismarck. Het huis van Pieter. De
sluier van Louise en de boeken van Felix. De fabelen 1) van
Geliert en de drama's 2) van Schiller. De neef van Willem heeft
het brood aan den zoon van Thomas gegeven. Geef den bal
van Max aan den broeder van Sophie. Vader Jacob gaf 3) aan
Joöeph de voorkeur boven 3) de andere broeders. Hebt gij de
gedichten van Vondel gelezen?
1) ^abct vr. 2) bramen. 3) 50g .... uor.
l)e appositie of bijstelling (|ip)iofttton).
§
De appositie staat als nadere bepahng bij een substantief;
men zou haar een' tweeden naam voor denzelfden persoon of
dezelfde zaak kunnen noemen ; b. v. mein ältcfter 33etter;geï;t
wad) ^mcrifa. ®er ©teinabler, ein fc^öner, möii^tigcr Sßogel, finbet fidf) in
ben Hochgebirgen. ®iefe§ ein itia^rer ^alaft, geï)ört meinem Cnïel.
In het Hoogduitsch staat de appositie altijd in denzelfden
naamval als het woord, waarbij zij behoort; b. v. aöil^ehn, ber
^önig Don ^reuBen, ift att. ®aê ßeben 5öitï)elm§, beê Äönig» oon Greußen,
toar meï)rmalè in @efaï)r. 9)ïan bot (bem) Söil^elm, bem Äönig oon
5preufeen, bic ßaiferfrone an. Dbbiling luofite Stöil^eïm, ben ßbnig oon
Greußen, töten.
Staat vóór den eigennaam een titel^ dan wordt slechts één
van beide verbogen, öf de eigennaam óf de titel. — Heeft de
titel geen lidwoord voor zich, dan wordt de eigennaam ver-
bogen ; heeft de titel een lidwoord voor zich^ dan wordt alleen
de titel verbogen; b. v. ^ie Kriege ß'aijer 5laïJoteonë bc§ ©rften;
1) bevriend. 2) lijdgciiooleti. 3) Dirk. 4) voortrokken, de voorkeur geven aan,
verkiezen boven.