Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
IBüe^er, Sertfiaä Se^letcr (sluier), fiötï)^cn§ ©c^icfertafel (lei). In de
andere naamvallen blijven zy onveranderd.
Die op een' sisklank (§, 6, 3, ï)en de vrouwelijke eigen-
namen op -e kan men op verschillende wijzen behandelen. Men
kan nl. a) in den genetief den uitgang -cnS gebruiken, vooral
bij de vrouwel. op -c, b. v. griljen§ Äleibcr , SJlajenä Silbcrbudj,
e^orlottcnê ®eburt§tag, éuIienS Slumcn; b) het bepalend lidwoord
er voor zetten, wat nog gebruikelijker is, b. v. 2)ie fileiber bcë
gri^, ba§ Silberbuc^ be§ ber ©eburtëtag bcr (5^arlotte, bie Stunten
ber Sulie, ber Suije, etc.
Die op een' sisklank kunnen ook (evenals bij ons) alleen met
de apostrophe volstaan, b. v. ÏDloj' Sitberbiiii^er, SCfjomaS' ^reunbe,
SKarnij' Satiren.
Opm. Deze apostrophe is vooral bij familienamen te verkiezen,
b. V. Sofe' ©cbic^tc, 6Iaubiu§' SBcrtc.
In het Nederlandsch kan het bepal. lidwoord voor eigen-
namen zonder adjectief staan ; in 't Hoogd. gebeurt dit echter
dikwijls, gelijk we zooeven reeds zagen. — Het geschiedt vooral
1) wanneer men van bekende personen spreekt b. v. ®er ïell
»ar ein großer Sc^Utje (schutter). ®ic Sltïjcner I)aben ben Socrateê jum
SCobe üerurteilt. ®ie SRömer fc^idten (zonden) eine ©efonbtfc^aft on ben
Söer erfc^tug (versloeg) ben ©oliotf) ? 2a§ t^pt ber ®aBib.
SBitlft bu bem ïpeter bie Slumen geben? SJein, i^ ^abe fie (hen) für
bie ®lorie beftimmt. ®te SReben be§ (ïicero.
2) wanneer men met den 7iaam des dichters of schrijvers
zijne werken bedoelt, b. v. lefe ben ®oetI)e, ben Sonbel, in plaats
van: bie ÜBerfe ©oetljeS, Sonbetê, of: (Soet^eê, SonbeI§ 2Berfe, of: bie
®erfe be§ ®oett)e, be§ Sßonbel.
3) wanneer de duidelijkheid eischt, dat de naamval worde
aangewezen. Zeg ik b. v. Sain erfe^Iug Slbel, dan is het niet
duidelijk wie van beiden verslagen werd. Zeg ik: ^abe
griebrié^ Ctto empfofiten (gerecommandeerd), dan weet men niet,
wie van beiden gerecommandeerd is. De bedoeling wordt duide-
lijk wanneer ik zeg: Sain erfdfilug ben Stbel, of: ®en Stbel erf(^lug
fiatn; ic^ §abe bem Sriebri^ ben Otto empfol^len. Evenzoo : ïtlejanber
befiegte (overwon) ben ï|3oru§, enz.
Opmerking. "Wanneer vóór den eigennaam het lidwoord staat,
blijft de eigennaam owüeraMde»-^, b. V. ®ie Dtegierung SÏBil^etmê,
bie SRegierung be§ SBil^elm; Wlarienê Schiefertafel, bie Sd^tefertafcl
ber SUloric, enz. Zie ook bovenstaande voorbeelden.