Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
Siege, ©Ifijer, 9KStber, Sieger, ©lajer, 2(^uffeln, tjer, Ufer, S^tüffel,
ajlorbe, Scfilfige, Sc^Ioi^ten.
Vertaal :
1.
De volgende voorzetsels : buri^, füv, o^nc (zonder), um, gcgtn
(jegens, tegen), en wiïer (tegen) hebben even als in 't Nederl.
altoos een' accusatief achter zich.
fann ii^ froge mia ic^ finbe
bu fannft i^, er fragie bu roilfft ii^, er fanb
er fann ic^ ^abe gefragt er mill ie^ t;abe gefunben
mir fönnen ic^ fü^re ffltr rooHen icf| fte^e
t^r fönnt it^, er füf)rte i^r rooUt ii^, er ftanb
fie ïonnen. ic^ ^abe gefü^rt. fie woUen. i^ ^obe geftanben.
„Kan de kleine boot het geweld (Dat.) der golven weerstaan 1) ?"
vraagde het gezelschap 2), dat op (an) den oever (Dat.) van het
meer stond. Het antwoord van den schipper was: „Ik -wil het
gevaar (Dat.) niet trotseeren 3)." - Drie m-en4) duurde 5) de slag;
het verlies der vijanden was groot. De overwinnaars voerden
de legers door het land van den vijand. De dieven hebben de
lepels, vorken, eenige 6) sieraden en eene fraaie klok medege-
nomen 7); de geldkast hebben zij niet gevonden. De goede
moeder van dien luien 8) student heeft hare juweelen en dia-
manten verkocht, om de schulden 9) van haren zoon te betalen 10).
Kunt gij het schrift van dien ouden professor lezen ?—De knechts
van den boer reden 11) den wagen uit het spoor; wij waren 12)
haast 13) in de sloot gevallen 14). - De tijd heeft vleugels. Alle
menschen hebben gebreken.
2.
De dokter bewonderde het geduld van zijn' patient; de smar-
ten van den armen man waren groot. De schilderijen van den
Frieschen (ftiefif^) schilder Alma Tadema stellen 15) dikwijls 16)
■toestanden 17) uit de oudheid 18) voor 15). De ooievaars houden
van kikvorschen, de hoenders van insecten en wormen, de
katten van muizen, de wolven van schapen en de paarden van
gras en haver 19). De slotenmaker maakt sloten, de wagen-
maker wagens, de kleermaker jassen, vesten 20) enz. De tuin-
man maakt paden door de 'tuinen. Wij bewonderden de beelden
en gedenkteekenen van dien beroemden beeldhouwer 21). De
beide kasteelen van den graaf zijn met de velden, bosschen
en bergen verkocht. De broeder van onzen bloemist is een