Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page

• 16
kikvorschen (Dat.) beschreven. - Nieuwe vorsten en beeren,
nieuwe wetten. - - - '
1) lanae. 2) Siebter.
Verander de Nederlandsche „SBeftimmwiSrtcr" in Duitsche :
9Jti6(ungenmislukt; - Berfledte fici^ verborg (of) verschool zich; -
ftumpf stomp ; - ^crrltc^ heerlijk ; — für voor; — ehtige' eenige^
De Serfud^ ift miÊtungen. — De ^lyt (ag auf de 93anf (25at.),
de §omraer lag auf het 2Imbo§, het ^reuj lag auf de ïafel (vr.) unb
de $ut (ag auf den ©tu^I. — De éürme dezer Stöbte finb
ifodj. — De ©emctlbe ^angt atf den SSanb (®at.). — ^abe
eene Sc^ranf, een' ©tu^t, eene Sanf, een' ïopf, vele S'Jüffe, unb
eenige ^riid^tc getauft. — -Öt^ liebe het (Sefang der SSögel. — Mijne
aWutter ^at in dezen Sabeu 1) für ons jiingficS Srüber^eu een'
tleiuen ^ferbcftall, een' Söraeu unb een ©d^afjgcfauft. — De SDuft
dezer SBIumeu ift ^errltc^. — De öerftecEte fid^ in de ^ïluften (®at.)
desSergeê. — Dit 9)ïcffcv ift fc^arf, abcr die ®otc^ ift ftumpf.
§ 3.
Tot de tweede klasse der sterke substantieven behooren:
aj De manlijke en onzijdige woorden op -cl, -cn, -cr, zooals :
ber efel, baê SÏBiefel 2), ber ©orten 3), ba§ ?thnofen 4), ber 3ager.
h) De (onzedige) verkleinwoorden op -i^en en -lein, zooals:
ba§ Wfibc^en, bo§ finttblein. , '
c) De woorden, die met gc of 6c beginnen en op -c uitgaan,
zooals: ba§ ®ebirge 5).
d) De beide vrowwel. woorden S(K u 11 e r en ï o c^ t e r, en 't
manl. woord : ® fi f e 6).
Deze klasse omvat o. a. de volgende mmil. woorden op -el, =en, -er:
®er Slrfcr akker, ber Sefen.\bezem, ' , ber Sampfer stoom-
ber Slbler arend, ber 33ett(er bedelaar, (boot vr.,
ber ïtnter het anker, bcr ïoben grond, zol- ber ®cgcn degen,
ber ?ïnfttei(ïier verver, (der, ber ©idjtcr dichter,
ber 5[pfel appel, ber Soljrcr boor vr., ber (ïimcr emmer,
ber SSaber dorpsbar- ber Sött^er kuiper, ber (ïinmo{)ner inwoner,
(bier, ber ffiruber broeder, ber gngel engel.
1) winkcl(Dal.) 2)wezelvr. .3) min in. 4) aalmoes vr. 5) gebergte. C) kaas vr