Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
SBetrag 1), Setrug 2), ©ebrau^ 3), ®enuB 4),
©efang, 83 e r f u ^ 5), SSerbanb, SSerbrufe 6).
Van de onzijdige woorden der Ie klasse»zijn de voornaamste:
®o§ Scit byl vr., ba§ fiinn kin vr., bal ©c^af schaap,
ba§ S3etn been, ba§ Knie knie vr., baê S^iff schip,
ba§ SBoot boot vr., ba0 Sreuj kruis, bo§ ©c^mein zwijn,
bas Stot (bte SBrobe) ba0 5Weer zee vr., ba§ ©etl touw,
(brood, bQ§ ï«oo§ mos, ba§ ©piel spel,
baë (ïrj erts, ba§ Sïel; net, ba§ ©tücE stuk,
bo§ 3eft feest, baS SPferb paard, bo§ SCier dier,
ba§ ©arn garen, net, bo§ i)5ult lessenaar m., ba§ SBerft werf vr.,
bn§ So5tt)unbert eeuw ba§ 5Rel) ree vr. , ba§ SBrarf wrak,
(vr. ba§ 3{ie§ riem (papier), ba§ Selt tent vr.
baë juk, baë Stofe ros.
Regel. De manlijke woorden dezer klasse hebben door-
gaans den Umlaut, de vrouwelijke altp, de onzijdige nooit.
Alle boven opgegeven manl. woorden krijgen den Umlaut,
behalve de gespatieerde woorden : 21 m B o B, 21 r nt etc. ® e r l u ft
en 58 e r f u
Oefeningeu.
1) Zet het bepalend lidwoord (ben kftimmten 2lrtifel) voor en het
meervoud achter:
San, Settjeig, SOtarft, 3e(t, S3rief, m^t, ^ufi, Seit, IBerluft,
©cbrau^, ®ebot, SBolf, (öc^wein, ®au, prft, Sönig, Slrjt, Söroe,
§unb, (Slefant, ©efeg 7), ©efa^rte, ^roft, ®uft, ©ruft, ©efang,
@ebet, (bl. 3), (Sru^ (bl. 4).
2) Doe evenzoo met:
©tubent, Segrtff, S^rift, @ong, Sube, Sd^uft, ©c^urte, ®c§mon,
gauft, gu^ (bl. 4), 5tnf, Stord^, '^unh, ^ferb, (bl. 4),
3lrm, Sein, 'Saut, Saug, ©au, SIft, 5Waft, 3efmt,
©ebrauc^, ïopf, Sta^jpe, ^a^n, ©t^u^ (bl. 4), SBurft, SSerbanb,
3.
De Datief staat in het Duitsch meestal vóór den Accusatief.
Vertaal:
war, ik was enz. 3cf) ^atte ik had enz. gebe ik geef
bu marft bu ^otteft id), er ga6 ik, hij gaf
1) bedrag "2) bedrog. 3) gebruik. 4) genot (bl. 4). 5) poging, proef. 6) verdriet.
7) wet vr.