Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het lidwoord van eenheid wordt in 't Hoogduitsch ber un6e=
ftimmte ?lrtifel, het bepalend lidwoord ber beftimmte Strtifel genoemd.
Verbuig nu eens met het lidwoord van eenheid:
grcunb m., 3Ba«m m., Stoeig (twijg) m., STtfc^ (tafel) m.,
ïoc^tcr vr., §anb vr., geber (pen) vr., ^jJerte (paarl) vr.,
Oauë onz., S8uc§(boek)onz., 3;ier onz., 2(^of (schaap) onz.
Wie het bepalend lidwoord (ben befiimmten ?fitifel) kan verbuigen,
is ook in staat de verbuiging (®eftinatton) der volgende voor-
naamwoorden op te schrijven:
b t e f er , btefe, biefeS (deze, dit) ; jener, jene, jene§ (die, dat); j eb e r,
jebe, jebe§ (ieder of elk); melder, melige, melii^eä (welke, welk);
i O l e r , folc^e, folc^e§ (zulk een, zulk); aller, alle, olleé (alle ,
al) ; m a n c^ e r, man^e, manc^c§ (menig). —
Immers deze woorden worden evenzoo verbogen als ber befttmni=
te ïlrtifel; zij hebben dezelfde naamvalsuitgangen. Vergelijk maar:
Enkelv. manl. ((Sinjo^l männlich): Enk. vrouwel. ((Stn^o^l weibltd^);
biefer (of) jener (of) roeleder Siamont, biefc (of) jene (of) jebe ga^ne,
btefeS (oÓ jene§ (of) inet^eê Siontantä, biefer (of) jener (of) jeberga^ne,
S. biefcm (of) jenem (of) welchem ®tamant(e), biefer (of) jener (of)iebcr 5al)ne,
51. biefen (of) jenen (of) roeleren ®iamant. btefc (of) jene (of) jebe
Enkelv. onzijdig (ginjo^l faiï§ti(|):
3Ï. biefeg (of) jeneS (of) welcfieê (ïnbe,
biefeg (oß jenel (of) lueli^eS (ïnbeS,
btefeitt (of) jenem, (of) toeWjem @nbe,
SI. biefeä (of) jenes (of) roelc^eS (Snbe.
Meervoud (ÏÏKefjrjo^l):
biefc, jene, weM)e folc^e ®tamanten, Sahnen,
biefer, jener, toelcfjer, foMjer „ „
biefen, jenen, meldjen, folc^en „ „
biefe, jene, ireldje, folc^e „ „
Verbuig nu eens tot oefening, (ïinja^l en TOe^rsaljl:
biefer ©taat, jeber Straljl, n)£lt|e§ Sett, folc^eë C™^/ jsner ïrtaft, aC(e§
Sffiaffev (alleen (ïin^a^l), melclje 5(iï)tte, biefe ßoptie (pet), mandjer Unter-
t^an (onderdaan), jebe§ Snfett (alleen (ïinja^l).
Aanm. äßaffer verwerpt even als alle woorden op el, er, en de c
in den genetief en in den datief.