Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
De vier naamvallen worden in ',t Duitsch gewooniyk door
de volgende vreemde woorden aangeduid: DiominotiB (Ie nval)'
(Sertcttt) (2e nval), Sati» (3e nval), ïtccuioti» (4e nval).
Alle zelfstandige naamwoorden worden in 't Duitsch me
hoofdletters geschreven.
Bovenstaande drie zelfst. naamwoorden worden met het
daarbti behoorende bepalend lidwoord op de volgende wijze
verbogen (bctliniert):
Enkelvoud ((ïinjal)!):
9}om. bet 93ïnft bic grau baS C^r
@en. bc8 5Jïafte§ bet grau be8 C^reä
®at. bent ÏUaftc bcr grau bent C^re
Stee. ben 9)laft. bic grau ba8 C^r.
Meervoud (ÏDÏe^tjal)!):
91om. bic SDIaften, grauen, Cf)ren
®en. bcr „ „
®at. ben
?ïcc. bic
De naamvalsuitgangen zijn dus: voor manl. enk. r, §, m, n ;
voor vrouw. enk. e, r, r, e; voor onzyd. enk. §, ë, m, §; voor 't
meervoud e, r, n, e.
Opmerking 1. Alle vrouwel. zelfst. naamwoorden bleven in
't enkelvoud onveranderd.
Opm. 2. In het Nederlandsch kan men evengoed zeggen: de
hoed van den vader, van de moeder, van het kind, als: de
hoed des vaders, der moeder, des kinds. In het Duitsch mag
in zulke gevallen het voorzetsel van (bon) niet worden
gebruikt.
Verbuig nu tot oefening zoowel in 't enkelvoud als in 't
meervoud: bcr Staat (meerv. Staaten) ber SKonb (maan vr.), ber
etrafjt; bie 9{afc (neus m.), bic ©tirn (het voorhoofd), bte ga^ne
(het vaandel), ba§ Sett, ba§ §emb.
§ 2.
Het hdwoord van eenheid (een) luidt in 't Hoogduitsch dn
en wordt, behalve in den datief, evenzoo verbogen als in 't
Nederl. De genetief heeft c8 in plaats van §; b. v.
9Ï. ein SJlann eine grau ein fitnb
etne§ 9Kanne§ einer grau eine§ JïtnbcS
einem 9Hannc einer grou einem Sïinbe
einen TOann eine grau ein Rinb.