Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
ik blijven zou 5); daar echter mijn broer mij verzekerde, dat
ik door weg te gaan veel zou (werbe) verliezen, het ik mij be-
praten 6) en bleef.-Wii moeten trachten den vijand (Dat.) zoo
mogelijk te voorkomen 7), door hem den toevoer 8) af te snij-
den, zeide de veldheer.—Hij zag er uit, alsof hij ziek was (Sonj.);
toch was hij gezonder dan ooit.—"Weet ge of zijn broeder ziek
is? Ziek is hij niet, tenzij hü het heden morgen geworden
is (^ïonj) ; want gisterenavond heb ik hem nog gesproken, en
toen was hij vroolijk en wel 9).-Eert uwen vader en uwe moe-
dei', opdat het u welga 10).
1) ber 3;ronê»aler. 2) rcdjtmäfeiß, gevedit. 3) bie fifnge. 4) reben.
5) jolïe. 6) bereben. 7) juöorfommen. 8) ber Sufu^r. 2) woljlauf. 10) n)ot)(=
ergeren.
5.
Door zoo te spreken zoudt ge allen verbitteren 1); zwijg
dusheverof spreek anders 2).-Alvorens te vertrekken gaf hü
de noodige bevelen aan zijne bedienden, voor 't'geval de vorst
zijn' spoedigen terugkeer mocht 3) wenschen. — De rede-
naar 4) begon met zich en zyn werk in onze welwillendheid aan
te hevelen 5), en eindigde met ons geluk te wenschen. Nauwe-
lijks had hij zijne rede geëindigd, of de zaal weergalmde 6)
van 't applaudissement 7) der toehoorders 8). — In plaats van
mij eenige boeken te sturen, verzocht hü mü hem een paar
boeken te leenen. Ik zal ze hem sturen, mits Mj mü belove,
ze vóór aanstaanden Zondag terug te zenden, aangezien ik ze
zelf noodig heb. — Geen mensch is zoo slecht, of hü heeft nog
wel enkele 9) goede eigenschappen.—Veel (»iele§) wenscht zich
de mensch, en toch behoeft 10) Mj slechts weinig.
1) erbittern. 2) anberë. 8) jollen. 4) Sliebner. 5) unferm ïöoïilmoïïen
emtjfefilen. 6) erfcf)or(en, er|£t;oïï. 7) SetfaÏÏStlatjchen. 8) 3uï)orer. 9) einjeln.
10) broudjen, bebürfen.
6.

Hoe hooger de nood steeg, des te meer groeide de moed
der dapperen.—Hoe sterker de vijand, des te roemrijker 1) de
overwinning. —Hoe beter ik hem leer kennen, des te meer be-
wonder ik hem.—Al-naarmate de voorraad smolt, narti de honger
der belegerden toe.—Hoe sterk hij ook was, dezen last moest
hij laten liggen. - Vele vogels maken zich door verdelging 2)
van schadelijke insecten nuttig; zij behoorden 3) dus zooveel
mogelijk 4) te worden ontzien 5).—Niemand is zoo dom, of hij