Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
131
So tapfer er aud^ ift, (fo) loagt er e§ nic^t, etc. ^ ■
OF ift im_;_®eutfd^en : '
a) Oder (fronjöfifci) ou) j. 93.
(ïiner ooit ficiben, bu ober ic^. (Sic^ über öf...öf = entmeber..
ober Seite 127).
b) Ob (franjöfift^ si), j. 33.
3ch weife nid;t o^6 er tommt ober ob (dan of) er bteibt.
c) Als (na^ t a u m), j. S.
Nauwelijks zagon zij den vyand, of zij gaven vuur; ïaum
fatien fie ben geinb, aï§ fie geuer gaben. |)ier fann auc§ ebenfo gut
d) So fte^en, j. S.
Kaum foben fie ben getnb, fo gaben fie geuer.
e) Der (= of hij), J. S.
Niemand is zoo oud, of hij wenscht nog langer te leven.
Sliemanb ift fo oli, ber nicbt no^ länger ju leben wilnfeht.
3ur Üf)erfe|ung.
1.
Twee dingen 1) moet ik u melden: ten eerste, dat uw oudste
broeder weder hersteld 2) is, ten tweede, dat hij mij op mijne
reis door Zwitserland 3) zal vergezellen 4). Wij zulleri evenwel
nog 14 dagen moeten wachten, aleer wü op reis kunnen gaan,
deels omdat uw broeder nog niet- geheel en al zijne krachten
herkregen heeft 5), deels omdat het weder thans niet büzonder
gunstig is. - Deze zwakke vader straft züne kinderen nimmer,
ook dan niet, wanneer zü werkeUjk 6) strafbaar zün; boven-
dien beloont hü hen somtyds, zonder dat zü eene belooning
verdiend hebben. — De oorlog verschoont 7) noch kind noch
grüsaard. — Niet alleen de koning, maar ook zün eerste mi-
nister is vertrokken. - De storm heeft niet alleen de bloe-
sems 8), maar ook de jonge vruchten afgerukt 9). — Gü moet
u haasten 10), anders komen wü te laat, en dat wilt ge tóch niet.
1) jioeiertei. 2) bergeftettt. 3) bie Scbweij. 4) begleiten. 5) ju Kräften
fommen. 6) wirfticb. 7) ftbonen. 8) SBtiite, w. 9) berunterreifeen 10) ficb beeilen.
2.
De mensch sterft, maar deugd en waarheid zün onsterfehjk.
Gü moet leeren, anders blüft gü onwetend 1). — Velen hebben
hem reeds gewaarschuwd 2); nochtans legt 3) hy züne gebre-