Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
en tweeklanken, b. v. Strafe, mir jofeeit, aBen, molen, uniiiafeig; Uei'=
ftofeen, größer, anftö^ig ; genieten, oerbriefeen, retten, aufeer, äußern, etc.
Buitendien staat nog § 1) als slotmedeklinker, onverschillig
of de voorgaande klinker volkomen (lang) of onvolkomen (kort) is,
b. v. @ruB (lang) meerv. (Srüfee; Sufe (kort) mv. SUffe; Sdjofe mv. Sc^bfec;
Si^IoÊ mv. Sc^löifer ; IRofe mv. SRoffe; unpcifeltc^ (kort) ungenießbar etc.
2) Vóór t, b. v. er grüfet (lang), er lußt (kort) i^v wißt (kort),
bit weifet, eä öerbriefet mic^, er »ergibt mic^, etc.
Spreek nu ter oefening eens uit:
a) ä^Pt^i-V ^"ftuv, certifijieren, ^ai-'r Strcumfley, fpreijen,
Spreu, fpröbe, (a^ra, lammen, lenten, fränten, f^lremmett, @(^H)äm=
me, f^femmett, fc^täramen, ©^tneidjler, ©c^nauje, fc^neujen, ©d^o»
tolabe, fi^on, fd^ön, gefc^offen, gefd^toffen, oerfto^en, Derfü^en, über«
bi-iiffig, éenuffe, begrüben, ©c^üffe, meffen, SDïag, mäßigen,
bei- äBein erfrifc^t, er frißt, fßnnen, enttoö^nen, gömten, Sagetö^iner,
Äö^ter, äöüner, ©til, ftiö, ftraff, ©träfe, fc^af, ©c^aü.
b) Stmaüe, Stmajone, freujeii, freifen, Seufel, ïaufer, 9teue,
9teit)e, Sßataoier, Pförtner, ^frünbe, pfufc^en, Sajarett, leicht, Ieud)=
ten, JpöIIe, ^ïüfer, tiefer, ^äfer, iïöufer, ttjir taffen mir
lafen, mir faßen, fie maßen, büßen, Äüffe, güße, müßig, müffen,
rußig, vuffifc^, ategengüffe, Fußgänger, oierfüßig, ©traße, @affe,
faffen, gefaßt, mößig, SKaßftab, Pfaffe, maffent)aft, reißen, reiben,
reifen, gertffen, gräßli^, Greußen, SHeffcr, naß, 9Mffe, ©trauß,
©träuße, f^ief, ©c|iff, f^laff, ©^(af.
Het lidwoord, ber ^Irtifel
In het Nederlandsch kan men aan het bepalend lidwoord in
den eersten naamval alleen het onzijdige geslacht herkennen;
voor 't manl. en vrouwel. beide dient het lidwoord de. — In
het Hoogduitsch echter kan men alle. drie geslachten aan het
bepalend lidwoord in den len naamval herkönnen, b. v.
(manl.) Öer SJioft, (vrouw.) Ötc Srait, (onz.) Sa9 Ci)r.