Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
B. De Medeklinkers.
ß en j, zagen we boven (bl. 1), worden beide als ts uitgesproken ;
wanneer echter op de c eene o, o, of u volgt klinkt zij (evenals
bij ons) gelijk t. Spreek uit: Eoncert, fionjert; Eonccpt, Konjept;
«ceptcr, Septcr; Gdibat, Cölibot; Girtcl, Strfel; Cotcer, fiarjcr.
De » heeft dezelfde uitspraak als de f, behalve in 't midden
van een woord, waar zij als onze v wordt uitgesproken. Spreek
uit: öielfältig, greud, ein broBct 3ürft, Biel frijd^eS gutter fürë fette
De ^ wordt alleen aan 't begin uitgesproken; aan 't einde van
een woord of woordstam is zij stom, b. v. §ert, §lit)nei:=
ï)au§, Kul), ru^en, etc. Over ij als verlengingsteeken (Se^nungä^
äeic^en) zie boven bl. 2.
Ter aanduiding van een' sisklank heeft de Duitsche taal be-
halve de c en 3 nog de volgende teekens: §, f^, ff en 6.
' De f wordt uitgesproken als onze z; derhalve is de uit-
spraak van ©cc, fo, fengen, forgen, Säulen gelijk aan die van:
zee, zoo, zengen, zorgen, zuilen.
wordt ongeveer zoo uitgesproken als onze sj, maar dieper,
nagenoeg gel^k de Fransche ch in : Charles, chacun etc. Spreek
uit: ®d)ulc, Snufje, Sdjtff, Sc^mefter, f^rciïlic^, ?(f(^e, wafd^cn.
In 't Hgd. zUn geene woorden, die met sl, sm, sn aanvangen;
alleen de medeklinkers en t kunnen onmiddellijk o^ § volgen.
Voor andere medeklinkers lascht de Duitscher altyd in.
Vergelijk:
slap fdjtaff, smelten ft^iueljcn, sneeuw ®i^ncc,
slot S^lofe, smal fc^mal, snel fd|net(.
Maar:
stand Stanb, spek Spcd,
strand Stranb, spiegel Spiegel,
stok ©tocï, spoor Sporn,
uitstrekken auêftrecïen. uitsparen auêfparen.
Vóór p en t wordt wel is waar geene c^ ingelascht; niette-
min spreke men de woorden, die met fp en ft beginnen, nage-
noeg zoo uit, alsof er stond fdjp, f^t.
Ten slotte wijzen we nog op eene moeiiykheid, die 't gebruik
van de teekens ff en fe oplevert. Het eerste teeken (ff) staat na
onvolkomen (korte) klinkers, dus : paffen, SOoffer, roäfferig; bcffer,
effen; wir goffcn, gcnoffcn; ©öffe (goot), Sc^loffcr (slotenmaker),
S^löffer (sloten); glüffe, fiüffe, !Küffe.
6 daarentegen staat na volkomen (heldere of lange) klinkers
. li