Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
w
Vu

118
officieren naar de stad; zij zullen wegens deze overtreding-
met een (o.) veertiendaagsch 4) arrest gestraft worden. - Ik
heb my gedurende de drie eerste bedrijven 5) van het treur-
spel zeer verveeld 6); eerst tegen het einde begon het myne
aandacht 7) te boeien 8). - Eeeds óm acht uur bevonden zich
de ministers in het paleis (Dat.), om den koning met (au) zyn'
geboortedag 9) geluk te wenschen. - Hij is altoos in angst
wegens de ziekte zijns vaders; ik vrees niet alleen voor het
leven des vaders, maar ook voor de gezondheid van den zoo
bezorgden zoon. — „Naast G-od," sprak de edele jongeling,
„heb ik alles aan u te danken; hoeveel hebt gij voor mij
gedaan, hoeveel hebt gij om mijnentwil moeten ontberen 10)!"
„De zoetste belooning, die ik voor mijne moeite genieten kan,
is de zekerheid 11), dat zij aan geen' onwaardige 12) (Dat.)
besteed 13) is," antwoordde de grijsaard.—De krijgsgevangenen
moesten gedurende den wapenstilstand 14) binnen de stads-
poorten 15) blijven.
1) äöidjtigfcit. 2) trotj, ungeachtet. 3) ouëbrüdli(h. 4) »icrjehntagig.
5) ÏHt m. 6) fid) langweiten. 7) ïlufmertfamïeit. 8) feffeln. 9) ®eburt§=
log. 10) entbehren. 11) ®ewifehctt. 12) unwürbig. 13) »erwenben. 14) 2Baf=
fenftiUftanb m. 15) ba§ Stabtthor.
Diejenigen ^räpofitionen, «elAe balb ben DATIV bdb ben AC-
CÜSATIV regieren, finb in folgenbem 9teim entgolten :
21n, auf, hinter, neben, in.
Über, unter, ti o r unb j »i f c^ e n
Stehen mit bem öiert.en gaH,
9Benn man fragen fann wohin?
■-Mt bem britten ftehn fie fo.
Dag man nur fann fragen wo?
Der D a t i 0 antmortet ouf bie groge wo ? — er muß olfo
gefeilt werben, werfit eine Ruhe, ein Verweilen an einem Orte
Angegeben wirb ; ber 21 c c u f o 110 hingegen, welcher auf bie f^roge
wohin? ontwortet, bejeid^net eine Veränderung des Ortes, eine
Bewegung nach einem Ziele, »ergleidie:
Sch foB an feiner Seite. fe^te 1) mich m feine Seite.
1) zieh zelten, gaan zitten.