Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
III
2.
Heden rood, morgen dood. — Dikwijls lacht de mond, wan-
neer het hart weent. — Alle goede gaven 1) komen van bo-
ven. - Smeekend 2) hief de ongelukkige de armen omhoog,
maar te vergeefs: hü werd voor altijd uit het land gebannen.-
Hoe Ijing hebben wü nu gewandeld ? Op zün hoogst l'/i uur.
Ik ben tamelyk moede 3) en buitendien wordt het langzamer-
hand donker; ik zou gaarne willen terugkeeren. - Ik heb mü
grootelüks over zün' ü^er (Acc.) verwonderd 4); eertüds im-
mers was hü geenszins ronduit gezegd een luilak 5). -
Ik kan volstrekt niet begrepen 6), waar hü dat bericht van-
daan heeft; te vergeefs heb ik getracht hem (Acc.) uit te vor-
sehen 7) ; hü wilde zelfs en passant geen woord daarover 8)
hooren. - Zorg 9) eerst voor u en dan voor mü. - Ziet gü
den'ouden burgemeester van X. nog soms? Die is immers al
lang dood!
1) ©ofte vr. 2) flemen. 3) mübe. 4) ft^ munbeni. .5) fjfoulpclj m.
6) begreifen. 7) ausforfdjen. 8) bnrüber. 9) forgen (für).
3.
De haan sluit de oogen eer (elje) hü kraait 1), omdat hü het
van buiten kent 2). - Als jongehng zag hü er (o.) uit als een
geraamte 3), als man ziet hü er uit als een bonvivant 4). -
Deze schilder is wüd en züd beroemd; wie maar eenigszins
kan, wil hem een bezoek brengen 5), maar verreweg de mees-
ten krijgen belet 6). - Eertüds waren zü vrienden, maar sedert
een van (uon) hen arm is geworden, zien zij elkander zelden
of nooit meer. - Kunt ge mü altemet een' gulden leenen ? Ik
heb zooeven geld gebeurd 7)_en leen u graag iets, als ge mü
maar belooft, mü het geleende spoedig terug te zullen 8) ge-.^
ven. — Eerst ging hü naar (ju) den burgemeester, naderhand
naar den secretaris 9), maar nooit kwam hü juist van pas,
nu eens te vroeg dan weer te laat. — Spreekt gü uwen neef
nog somtijds ? Ja, af en toe komt hü bü (ju) mü, maar sedert
zün zoon gestorven is (o.), is hü stiller 10) dan ooit. - Gelük
het werk, zoo ook het loon 11). — Hot huisje, dat uw zwager
onlangs heeft gebouwd, ziet er van buiten zeer lief uit (o.). -
Is er (o.) dan niemand thuis ? riep hü, nadat (nocbbem) hü drie-
maal had gebeld 13).
1) traden. 2) fönnen. 3) ©erippe onz. 4) ®onbi»ant. .5) obftatten.
<j) merben obgewiefen (ober) »erben ni^t ongenontmen. 7) einnehmen.
8) Zie bl. 89. 9) Sefretör. 10) ftitl. 11) bcr Co^»'12) bübfd^. 13) füngcln.