Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
gestoord. - De dokter heeft mij het rooken ten strengste 8y
verboden. - Dit scheermes 9) is bot, ik zal het eens aanzet-
ten. - De zon was ondergegaan; hare laatste stralen omzoom-
den 10) de opeengestapelde wolken met purper 11) en goud.-
De arme gevangenen hebben allen den wreedsten dood moeten
ondergaan 12). - Daar ik meende, dat iemand mij riep (ftonj.
^^röjcns), bleef ik staan. Ga maar door ! riep vader (met Art.),
ik riep niet u, maar onzen bediende. - „Schrijf uw werk nog
eens over!" zeide de onderwijzer; „er zijn nog te veel fouten
in 13); ge moet de geheele vertahng omwerken." — De bele-
gerden 14) moesten de sleutels der vesting overleveren; met
neergeslagen 15) blikken reikten zij ze den vijandelijken gene-
raal over. — Hebt gij het horloge -opgewonden ? Neen, ik heb
het vergeten. — De machines 16) hebben vele menschelijke
verrichtingen op zich genomen.
1) bal fiommnnbo. 2) ülnfpraijc. 3) berebcn. 4) root)Igemut. 5) Sicbner.
6) aSortrag m. 7) (Safjcntmlu-. 8) ftrcngftciië. 9) Majiermcfier. 10) jaumen,
umfauiiicn. 11) ïpurpur m. 12) cvleiben. 13) barin. 14) belagcrn. 15) nie=
bergejtfjlagen, gefcntt. 16) 9Jiajrf)ine vr. ^
5lbl)ctbtimi ober UrnjtanbêltJort.
®ie roi(^tigften ^Iboerbieu beä Ortes finb:
bier hier, fort, mcg voort, weg, bcï"'"- um^"' rond, om,
ba, bort daar, ginds, t)in unb (jcr heen en rondom, omheen,
oben boven, weer, irgenb(ê), irgcnbmo er-
untcn onder, beneden, jurüct terug, gens,
binten achter, lootjer?waarvandaan? anbersroo elders,
uorn, uorne voor, bieêfeitëaandezezüde, überall, atlentljalben
brnufesjt buiten, daar- jenfeitê aan gene zijde, overal,
buiten, ^mtermegê onderweg, bat)eim thuis,
Bon oujjeu van buiten, redjtê rechts, meit unb breit wijd en
Bun innen van binnen, tintê links, zjjd.
innjcnbig inwendig, empor omhoog,
3lnmerf. 1. Oben, unten, 1) inten, born, außen,
innen, b i e 8 f e i t « , j e n f e i t« finb Iboerbiett, fie fteben be8=
^olb allein ; — über (boven unb over), unter, () i n t e r, ö o r ,