Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
106
geleerd, maar weet zich er (o.) toch 2) met dit weinige door
te helpen. - Moet gij dat opstel 3) in het Duitsch vertalen?
Ja, maar mijn oudste broer heeft dat werk op zich genomen.-
De wreede 4) vijanden namen de stad in, en weldra weerklonk
het marktplein 5) van het jammergesclirei der ongelukkige
inwoners. - De troepen 6) waren zeer onteweden; eenige op-
roerige soldaten begonnen zich zelfs tegen de gegeven bevelen
te verzetten; de generaal echter wist de orde te handhaven;
toen zes der belhamels 7) ingerekend waren, onderwierpen
zich de anderen zeer deemoedig 8). — Wie een gebod opzet-
telijk overtreedt, is voor de gevolgen 9) verantwoordelijk. —
Nadat hij alles had afbetaald, hield hij nog tweehonderd en
vijftig gulden over. — Hij poogde zijn' heer te misleiden, maar
deze liet zich niet verschalken 10).
1) jtDor. 2)boch, bennod). 3) ïluffatj m. 4) graufaiu. 5) SKnrttplotj m.
6) ïruppen. 7) iHäbetsführer. 8) bémiilifl. 9) grlge vr. 10) iilicrliften,
bethören.
4.
Wanneer men het vuur niet onderhoudt, dooft het uit 1). —
Hij beproefde ons van zijne onschuld te overtuigen, maar de
bewijzen weerspraken zijne bWeringen 2). — Als de nood hoog
gestegen was, staken de Nederlanders niet zelden de dijken
door. - BJj de plundering 3) der stad doorstaken de ruwe 4)
soldaten vele kostbare schilderijen met hunne sabels. Ook vele
inwoners werden meedoogenloos 5) doorstoken (crftcchcn). —
Hij vertrok, maar beloofde spoedig te zullen (o.) tenigkeeren.
Deze leerling overtreft zijne makkers. — Sedert eenigen tijd
zie ik rond naar een' goeden bediende; ik heb er (o.) nog
geen kunnen vinden. - Hy is een speler in zyn hart {Bat.)]
het kost hem moeite het spel na te laten. — Dat ik u de re-
kening betaald heb, zal ik u bewijzen: hier is de kwitantie 6),
die ge zelf hebt onderteekend.
1) erlöjchen (ftav!). 2) SBeIjnuptiing. 3) ïpiiinbcnmg. 4) vol). ■5)id)omingé=
loê. 6) Cuithing vr.
5.
Eer de nieuwaangekomen generaal het commando 1) over-
nam, hield hij eene aanspraak 2) tot (on) de troepen (Acc). -
Ik zocht zijn vertrek te verhinderen, maar hij liet zich niet
bepraten 3) en scheepte zich welgemoed 4) in. — De redenaar 5)
werd in zijne voordracht 6) (Dat.) door eenige straatjongens 7)