Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
4.
Het betaamt kinderen (met Art.) hunne ouders te dienen.—
Hü volgde mij op den voet {Dat.), en» toen ik m\) omwendde,
herkende 1) ik in hem (Dat.) den knecht, dien ik verleden
jaar uit zijn' dienst ontslagen had (o.). — Als ik u iets gebied 2)
of verbied 2), riep hy uit (o.), zult gij mij gehoorzamen 3). —
Wee hem, die mü nadert! riep de snoever 4) uit. Een der strij-
ders, die hem wilde trotseeren, naderde hem en trof hem zoo-
danig, dat hy ter aarde 5) stortte 6). De held doodde zijnen
vijand, maakte zich van diens wapenen 7) meester en verwaar-
digde het lichaam des verslagenen 8) met geen' blik. — De
troepen 9) hebben zich van de vesting 10) meester gemaakt,
maar het leven (Acc.) der inwoners gespaard. — Gisteren avond
ontmoette 11) ik eene oude kennis (Dat.) uit Hamburg ; ik
verheugde my harteUjk over (über) het wederzien 12) en ver-
zocht hem my naar myne woning te volgen. — Goede raad 13)
is goud (Gen.) waard. — Het bevel (Dat.) moet gehoorzaamd
worden. — De burgers hebben den nieuwen koning gehuldigd.
Wie zich op de schande beroemt, is de eer niet waard.
1) ertenncn. 2) gebieten; uerbicten. 3) ge^ord^en. 4) ï)8ra^|Ier, ïpra^l:
fianë. 5) äu «oben. 6) ftürsen. 7) Sïöaffe vr. 8) ein erlogener. 9) 3:rup=
J)e vr. 10) geftung vr. 11) begegnen. 12) 2Pieberjcl)en (^cc.;. 13)Siatm.
5.
Gebruik in goede zinnen : fic^ bebienen, bef(^ulbigen, tronen, ein=
gebent, überlegen, jc^mei^eln, je^aben, bebürftig, mir o^nt, f«l)ig, mürbi=
gen, tranen, Bertoeijen, fic^ enthalten, untert^an.
6.
Evenzoo: t)ab§aft, Uberbrüffig, fie^ freuen, gratulieren, glei^gittig,
mir grout, o^nlid^, gewogen, entlaffen, gerete^cn, erwähnen, groflen, ge=
bül)ten, »arten, fid^ annehmen.