Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
treu gebient.—„®ei; Sanbbogt", jogte ^ebmtg jum ïeü, „groÏÏt bu,
möd^te gern bu fd^aben." — (Sê träumte bie Säger, bog fie
bcr § i r f c^ ^ab^aft geworben; inbeffen fprang ber §irf^ an
i^nen tjorbei, atSob er fie fpotte. — ffltan ift biei-' fei" 2 e b e n
nid^t fic^er.—fc§äme mic^ bie U n erf ü^r e n ^ ei t meiner
genb nic^t.'— ® e r g t e i g barf fid^ jebermann rühmen. — SBür^
bigt euren greunb b a § t) o H ft e 3? e r t r a u e n.—erfreue mi^
fortiöä^renb 1) eine gute ©efunb^eit.—^i-'ü^er bebiente firf)
ber 9teifenbe ber ^Poftm agen (@tnj.), je^t bebient er fid^ ber
3 ug 2).—©e^orfam jiemt (betaamt) bie Ä i n b e r.—®iefer ebte
ÏKann ift t e i n r ï r e u l o f i g f e i t fö^ig.—gfu^e tein 3W e n f
Seinerroagte eê ber SSJütenbe ju naben.—®er Verräter ift fein
31 m t entfe^t unb baê S a n b ö e r m i e f e n worben.— @uter SBein
beborf t e in r anj.
3.
Vertaal;
Spaar mij, riep de overwonnene 1), erbarm u over my 2) en
mijne arme kinderen 2)! — Volg mü niet, riep de vermetele 3),
ik wil alleen het gevaar trotseeren, — Vertrouw de vleiers
niet: zü bedienen zich van uwe zwakheden 4) en verheugen
zich dikwüls over uwen val. ~ De vorst werd van verraad
beschuldigd, van den troon vervallen verklaard en uit het land
gebannen. — Deze arme man behoeft uwe hulp; wanneer gü
u züner aantrekt,' zal hü tot 5) aan zün dood toe (o.) uwe
goedheid 6) gedachtig bhjven. — Ik ben die snoeverüen 7)
zat 8). — Wie mü helpt, dien help ik weder. - Hebt gü dat
werk alleen gemaakt, of züt gü geholpen (geworden) ? Gü zult
mü (Bat.) toch 9), hoop ik, gelooven, wanneer ik u zeg, dat
niemand mü geholpen heeft. — Eere wien eere toekomt 10). —
Gü moogt u gerust aan dezen gids toevertrouwen 11); hü is
met alle wegen en paden 12) bekend (funbig).-Over zün hand-
werk moet (fott) zich niemand schamen. - Wie (Bat.) niet te
raden 13) is, die is niet te helpen.
1) Êcfiegen. 2) Genetief (of) ü6er mic^ de. 3) ein ïïermeffener.
4) S^roftc^e vr. 5) I)i§. 6) föüte vr. 7) ï^ratjlerei, ïïufic^neiberei. 8) über=
bruifig (of) fatt. 3c() t)obe fie fatt. 9) boc§. 10) gebütjren. 11) anoertrauen.
1'2) Steg m. 13) raten.
4) voortdurend. 2 ) trein.