Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
Maar —■ de lucht is niet weinig veranderd. De vederwol-
ken hebben zich tot stapelwolken vereenigd, die allengs
dikker en donkerder worden.
»Het zal wel niet droog blijven vandaag!" zegt gij stede-
ling tegen eenen houthakker.
»Niet droog blijven?" is het bescheid, »wij krijgen on-
weder!"
De meesten zouden zeggen, »dat is jammer!" maar gij
weet, dat het onweder tot de verhevenste natuurverschijn-
selen behoort, en, wie uitgaat om de wonderen der schepping
te beschouwen, zal er zich niet over beklagen, wanneer hij
in de gelegenheid is, om de verschijnselen van het onweder
van eene geschikte standplaats gade te slaan.
Gij beklimt den top van den berg en ontwaart bij de stilte,
die nog altoos op aarde heerscht, eene verbazende woeling
en werking in den dampkring. Het is alsof de wolkjes worden
aangetrokken en afgestooten en meer en meer op verschil-
lende plaatsen aan het uitspansel tot zwarte donderwolken
samenvloeien. Deze vertoonen zich als reusachtige oorlogs-
schepen, die in de luchtzee drijven en gereed zijn, om hunne
geschutpoorten te openen en het gebulder eener volle laag
te doen hooren. De zon heeft haar glansrijk gelaat achter
eenen dichten nevelsluier verborgen, en toch blijft het nog
drukkend. Zie! daar flikkert het bliksemvuur langs de donkere
randen eener wolk, — na een tiental polsslagen doet een
rommelend en ratelend geluid zich hooren. Een oogenblik
daarna vliegt eene windvlaag door de bladeren, en het ge-
druisch van het sidderend woud klinkt u als een angstkreet
te gemoet. De wind erlangt de kracht van eenen storm en
giert dwarrelend om u heen, — hij doet het dorre loof en
het stof draaiend opstijgen. Weer bliksemvuur, weer donde-
rend geratel. De donderwolken trekken naar elkander toe en
omsluieren den geheelen hemel.
Welk een nieuw geraas in het bosch, — een geraas, dat
zich verheft boven het huilen van den storm, die zich in-
middels wat heeft neergelegd! Het is eene regenbui. Ja, zij