Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
ö
Wat prijkte "t schoon op gindschen stam!
U Waa enkel leliewit met rozerood doorweven!
Wat schat van geurig ooft zou eens die boom niet geven,
Als later de oogsttijd kwam!
Maar ach! hoe schoone hoop hij gaf____
De nevel streek er langs, de nachtvorst ging er over,
Verschroeiend stak de zon, de stormwind schudde 't loover:
De bloesemknoppen vielen af.
<
Daar staat zoo menig boom te prijk,
Die in den levenshof der menschheid frissche loten
En takken heeft gespreid en wortels heeft geschoten,
Aan dien onvruchtbren boom gelijk.
H'. van der Pot.
4. - DE PLANTENGROEI DER ALPEN.
iloe belangrijk is de plantengroei der Alpen! Dezelfde
verscheidenheid, die men opmerkt op eene reize langs den
vlakken bodem tot aan het eeuwig ijs van de noordpool
ontwaart men even zeer bij het beklimmen van een dier
reusachtige berggevaarten in den tijd van^eenen halven dag.
Aan den voet der bergen ligt in het diepe dal, beveiligd
tegen den guren wind, het zilveren meer met zijne vrucht-
bare oevers. Hier zijn de bevallige woningen der landbou-
wers in haren eigenaardigefl vorm met kleine ruiten en breede
overdekte gaanderijen, onder trotsche kastanje- en noteboo-
men omgetrokken.. Korenvelden en grazige weiden grenzen
er aan den kerseboomgaard en den moestuin. Men klimt
hooger, en men ziet zich onder het lommerrijke dak der
loofboomen onzer vaderlandsche woudstreken. Ilazelnotebosch-
jes en linden, beuken en eiken, olmen en berken tieren er
welig om ons heen. Men stijgt nog meer, en het donkere
dennewoud breidt zijne schaduwen uit, — men bevindt zich
op het gebied der naaldboomen, die zich hier met hunne