Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
die zich daar langs en daar boven opwelven, wonderkrach-
tig weerkaatst en in zijne rimpels tooverachtig beleeft.
Gij ziet het aan de oudere honden, die, ontwijfelbaar
zeker van hunne zaak, immer snuffelend, vroolijk en met
gretig verlangen bassen, dat het vliedende, zweetende wild
derwaarts zijn heil heeft gezocht.
Het vond er voor een oogenblik eenen slagboom.
Maar ook hier was het weder, slechts voor een oogenblik.
Wie daar toen aan den zoom gezeten had, zich verlustigende
in de aantrekkelijke werking van den grooten, beweeglijken
spiegel — hij zou zijne rustige fantasieën plotselijk onmeedoo-
gend verstoord hebben gezien. Woeste golfslag en spattend
schuim en duizenden woelende rimpelen daar rondom heen ver-
stoorden op eens het even zielvol als rustig tooneel. Want eens-
klaps, met forschen sprong, had het beangstigde wild zich in
het water geworpen — als wist het, dat die vloeiende stoffe
geen reuk bewaart — en was aldus naar de overzijde gespoed.
Een spoor van schuim teekende echter zijne baan.
Nog is dit niet geheel en al verdwenen, nu de voorste hon-
den alreeds aan den oever staan en er heen en weer loopen
langs den zoom, even onrustig en verlegen als straks onder de
berken. Ook de anderen snellen toe, en van links en rechts
over de heuvelen komen dejagersen jageressen aangedraafd.
Maar dat alles duurt slechts kort.
Wie behooren tot die het laatst komen, hebben niet noodig
te wachten, maar kunnen doorrijden met vernieuwden spoed de
anderen na. Het scherpe oog van een der jagers had nog tijdig
de laatste luttele plekjens van de schuimstreep bespeurd en
de honden daarna ijlings aan de overzijde weder op het spoor
gebracht. Alzoo is het nu weder horengeschal en luide lus-
tige kreten en vurig geblaf; .en wie nakomen, behoeven zich
niet te vergissen in de richting, die zij moeten nemen, aan-
gewezen als zij wordt door den rollenden galm over de heu-
velige vlakte tusschen het mischende, zonnige groen.
Het arme wild!
Ziet het daar ginds weder eenen heuvel bestijgen, zelfver-