Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
41. - EENE HERTENJACHT TIJDENS KAREL DEN GROOTEN.
Te midden van de groene verhulling der lagere bosschage,
belommerd door de ritselende kruinen van het hoog ge-
boomte, ligt het hert ginds ongetwijfeld nog rustig te
herkauwen en droomt zich veilig en zeker in de hem om-
ringende stilte der natuur, waaraan het ruischen der boom-
toppen en de liefelijke wildzang der vogelen niets ontnemen.
Maar nu wordt het gewis eensklaps uit dien zoeten droom
van vrede en veiligheid met een geweldigen scüok opge-
schrikt. De jager, die het spoor het allereerst opgedaan
en het wild het uitloopen en afkeeren benomen heeft, is
voorgetreden en heeft zijne honden — echte siezen of speur-
honden, met groote en opene neusgaten, gebogen rug, dikke
lendenen, breede schoften, strakke en sterke knieën en poo-
ten — weder op de eerste lucht gebracht. De anderen volgen
terstond en-nu met luid gebas; want het »tieren en baren",
het geroep en het horengeblaas der jagers, die hen aan-
moedigen en prikkelen, heeft hun het recht gegeven, om
dat luide te beantwoorden.
Nu is in waarheid het woud één rumoer. Het geschal der
horens, het gebriesch der rossen, het geschreeuw der jagers,
het geblaf der honden rolt in luide galmen door het
geboomte en vermengt zich met het ruischen der hoogere
twijgen. En terwijl stuift het beangstigde wild, reeds in
zijn leger sidderend, voort naar het diepst van 'twoud;
maar, dééx zich belemmerd ziende, wendt het zich en kiest
de heuvelachtige vlakte, rijkelijk met kreupelboschjens en
hier en daar zelfs nog met enkel hoog hout begroeid, waar
het hope heeft het gevaar te zullen ontkomen.
Listig als het is, neemt het zijnen loop zóó, dat het den
wind achter zich heeft. Maar de honden hebben goede lucht,
en de jagers zitten hun steeds op den staart, porrende met
stem en horengeschal, met hoog, wakkeren vreugdwekkend
geluid, gelijk het behoort.
Zoo rent en draaft alles voort, heuvel op en heuvel af.