Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
Dat lies en riet gezweept in het drassig oeversop.
Voort! zich zei ven gestort in den stroom.
En het klotst en bruist en schuimt, waar hij de wat'ren
beukt. — Voort! naar gene zijde!
Het fiere fregat, in 't midden der rivier op stroom voor
anker, voelt te loefwaarts eenen ijzeren stoot en hoort de
ankerketting knarsen en ziet zijnen vrijen wimpel in den
bezaanstop gegrepen en weggeslingerd in het donkere nat.
Voort moet hij, voort! Naar die bodems in dommel aan
gindschen wal; naar die huizen, waarbinnen de lauwe rust
hem walgt. Ha! hij zal ze luide wakker gillen uit den zoeten
slaap. Hoor maar, hoe hij in het want dier schepen gilt. Hoor
maar, hoe hij de glazen dier gaslantaarns al rinkelend aan
stukken beukt. Hoor maar, hoe hij bonst op die vensters.
Zie! Dien schoorsteen zal hij doen nederdonderen op de
pannen van uw dak. Waak op! Waak op, Rotterdam! 't Is
de reus uit het Over-Maasche. Zie toe, 'tis een booze geest!
Voort moet hij, voort! Altijd voort. Cremer.
38. - KLEINIGHEDEN.
I. Toon mij uwe handen : ik zal u waarzeggen. Zijn ze
door ijverig en hard werken vereelt (in zekeren zxnvereêld),
dan vertrouw ik, dat aan die hand geen lange of kromme
vingers zullen zijn.
II. Veel menschen gaan doorgaans in drie richtingen: als
de mollen, als de kreeften, als de slangen. Hij, die zich
van deze drie richtingen naar welgevallen kan bedienen,
zal niet ooder de laatsten zijn.
HL Voornemens rijzen in 's menschen ziel op, als de bob-
bels op het water: bij harden regen duizend in eene mi-
nuut; — maar zij verdwijnen; want de regendruppels, die
anders bloem en vruchten kweeken, vielen- hier op het on-
vruchtbare watervlak. Het is evenwel soms een aardig schouw-
spel, het water zoo,bewogen te zien; ware het slechts niet
nutteloos. Lublink Weddik.
L. LEOPOLD, Leesboek, VIII, 5de druk. 5