Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
Men mag op kracht noch wijsheid roemen,
Noch wijze of sterke zalig noemen
Vóór 's 'levens jongsten oogenblik
En lesten snik.
Vondel.
34. - EEN DRENTSCHE HUT.
Komt, laten we eens eene van die woningen binnentreden.
Het is vrij onverschillig, welke wij daartoe kiezen; want,
gelijk in het uitwendige, alzoo gelijken ook in het inwendige
de meeste huizen, die gij hier ziet, elkander op een haar.
Deze dus maar. Hier in den voorgevel naast die twee kleine
raampjes is de deur. Eene klink behoeven wij niet op te lich-
ten; 't gaat hier als in 't vertelseltje van Roodkapje: trek maar
aan dat touwtje, dan zal de deur wel opengaan. Zie, nu zijn
wij in eens, zonder door gang of portaal opgehouden te wor-
den, in het woonvertrek, de keuken in de spraak der Dren-
tenaren. Och, doet maar geene moeite, om eene mat of dweil
te vinden, ten einde uwe voeten af te vegen, 't is hier een
vrij land, en al hadt ge ook klompen aan de voeten en al
waart ge een uur lang door dik en dun geplast, mocht ge
vrij zoo binnenkomen en tot aan de haardplaat doordringen:
niemand zou 't kwalijk nemen of er iets ongewoons in zien.
Trouwens eenen houten of helder geschrobden steenen vloer
vindt gij hier niet: woonvertrek en schuur hebben beide
eenen leemen deel, en alleen daar ginds om de haardplaat
ziet ge eenen rand van roode vloersteenen. Bah! zeggen ze
hier, die houten en steenen vloeren, en dan dat eeuwig ge-
schrob en geplas! Neen, een leemen deel gaat er meê: den
bezem er even over, dan is hij weer schoon, en een handvol
wit zand er over en het lijkt altijd knap! Slaatnu uwe oogen
maar eens in het rond. 't Is een ruim vertrek, waarin ge u
bevindt. Wat donker, niet waar? Ja, dat moet wel volgen,
daar er slechts twee kleine raampjes in den gevel zijn, met
vrij wat verweerde ruiten, terwijl die beide gescheiden wor-