Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
tijd in zijne schaduw: men plukte van zijn groen, als men feest
vierde in het dorp, men verjoeg de boosaardige specht, die
met haren scherpen bek den schoonen stam wilde doorbo-
ren, en, als het najaar gekomen was, schudde de goedaar-
dige reus het hoofd en zaaide millioenen zoete beukenoten
op den grond, als wilde hij de kinderen beloonen^ omdat zij
hem gansoh het jaar geëerbiedigd en bemind hadden.
De boom droeg op zijne schors de namen van al zijne
vrienden — van die, welke nog in het dorp leefden, die
naar andere landen vertrokken waren of die de levenden
naar een beter vaderland waren voorgegaan.
Des zondags na het middaguur kwamen de boeren in zijne
schaduw rusten en hunne pijp rooken: ze spraken er over
hunne zaken en over het nieuws, dat er in de afgeloopene
week was voorgevallen. Doch dit niet alleen was de reden
der bijeenkomst, — maar op die plek hadden zij immers
als kind gespeeld: al hunne herinneringen waren er aan
verbonden, en het was alsof eene onweerstaanbare kracht
zelfs den tachtigjarige naar die plaats dreef.
Wie zich te beklagen had over deze of gene, kwam die klacht
onder den beukeboom en in den kring der dorpelingen be-
kend maken; wie goede raadslieden zocht, kwam daar, wie
plannen vormde voor de toekomst, legde ze daar bloot.
Slechts hij, die onrecht gedaan had, vermeed het gezel-
schap onder den beuk; kortom ■— de beukeboom was het
middelpunt van een aanzienlijk gedeelte des dorps.
Thans is die boom verdwenen, en ieder dorpeling heeft
hem betreurd.
Eens op eenen nacht deed de storm de huizen waggelen
en sloeg de toppen der populieren krakend dooreen. De he-
mel was pikzwart en werd bij poozen met vurige slangen
doorploegd, de donder ratelde verschrikkelijk over het dorpje
heen. Een geweldige slag scheen eensklaps hemel en aarde
te doen scheuren, en de dorpeling, op de knieën zinkende
vreesde het ergste.
Langzaam dreef het onweer af, en, toen de kinderen eener