Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
naar de kust. Er heerscht eene volkomene stilte. De geuren
der bloemen rijzen op en storten eene zoete bedwelming over
u uit. Gij hoort niet anders dan het wegscheren van het
gras door eenig rundvee, dat bij den waterkolk heeft staan te
hongeren gedurende de drukkende hitte des dags, dan het ge-
krijsch van enkele meeuwen, dan een dof, eentonig geraas in de
verte en een zacht gemurmel in de nabijheid. Dat geraas is de
stem van den rusteloozen Oceaan — dat gemurmel is het kab-
belen der golfjes langs de kust. Een oogenblik heeft eene
zachtkens voortspoedende wolk een bleek gordijn geweven voor
het gelaat der nachtvorstin. Daar werpt zij dien sluier af
en stort hare stralen uit in eene zilveren streep over de kalme
oppervlakte van den zilten vloed. In die streep ziet gij op
de reede enkele - vaartuigen wiegelen bij de statige deining
van het opkomend getij. Welk een vreedzaam tafercel! Wie
het aanschouwt, zal ondervinden, dat zelfs de hevigste woe-
lingen in zijn hart langzamerhand bedaren.
Hoe lieflijk is uw ruf-t,
Als de avondstilte uw' baren sust,
Het keerend tij uw' spiegel nauw doet kroken,
De heldere lamp der maan.
Aan 'tblauw gewelf ontstoken.
Den visscher toeglanst op zijn' baan! {Staring).
En des winters, wanneer de felle vorst de breede ijsschol-
len van het strand tot rotsgevaarten opstapelt, die zich vaak
met de zonderlingste gedaanten vertoonen, — wanneer de
sneeuw er haren mantel over heen spreidt en eene afwisseling
van dooi en vorst er eene soort van gletscher vormt met blauwe
wanden en zonderlinge grotten, ook dan worden wij met be-
wondering vervuld, wanneer wij de gewrochten van den
Oceaan aanschouwen.
Ja, de zee verschaft ons een tafereel van eindelooze afwis-
seling. Zij vertoont zich in verschillende seizoenen, op ver-
schillende uren van den dag, bij helderen en bewolkten
hemel, bij storm en stilte, — in één woord bij veranderde
omstandigheden met een geheel ander voorkomen. Maar al-