Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
wordt, dat aan de buitenwereld herinnert, terwijl het roode
fakkellicht een phantastisch schijnsel verbreidt, de zwarte
gedaante van den gids u voorgaat, gevolgd door zijne reus-
achtige schaduw met onbestemde omtrekken, en terwijl u
telkens de wijde openingen der gangen, welke gij voorbij-
gaat, als even zoovele donkere spelonken aangapen, plot-
seling als uit de diepte des bergs eene stem te vernemen,
die u antwoordt. Zoo vervolgden wij onzen weg, totdat wij,
na een verblijf van ongeveer anderhalf uur in deze duistere
gewelven weder het schijnsel van den lichtenden hemel ont-
waarden en spoedig daarop naar buiten traden. Aanvankelijk
nog eenigszins verblind door het langdurig verblijf in de
gebrekkig verlichte duisternis, staarden wij weldra verrukt
op het schoone tafereel, dat zich daar voor ons uitbreidde.
En voorwaar, indien er iets geschikt is, om door scherpe
tegenstelling het gemoed te stemmen tot het ontvangen van
den vollen indruk van een heerlijk door de zon verlicht land-
schap, dan is het zulk eene onderaardsche wandeling. Wij
waren uit de holen van den Pietersberg nabij Slavanten,
vroeger een klooster, thans eene veel bezochte uitspannings-
plaats, weder naar buiten gekomen. Vandaar, staande op
eene vrij aanmerkelijke hoogte, daalde onze blik in het schoone
Maasdal. Oostwaarts stuitte hij tegen de omstreeks een uur
gaans verwijderde heuvels, aan welker helling de dorpen
Remelen, Gronsveldt en Ryckholt gelegen zijn. Zuidwaarts
volgde ons oog tot op grooten afstand de Maas, die zich als
een zilveren lint door de welige landouw kronkelt en zich
noordwaarts naar Maastricht begeeft. Westwaarts, achter
onzen rug, hadden wij de hoogten van den Pietersberg,
dien wij pas verlaten hadden. Ik ben daar sedert dien tijd
niet meer geweest, maar in mijne herinnering staat de plek,
waar wij toen stonden, aangeschreven als een der schoonste
punten van ons vaderland.
P. Harting.