Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
Was dus het gebied der takken groot en stond het te
voorzien, dat een enkele boom weldra een uitgestrekt bosch
zou vormen — het gebied der wortelen streefde naar gelijke
uitgebreidheid. Nergens was de stam genaakbaar dan over
wild ineengestrengelde knoopen en heuveltjes van knoestige
waringinwortelen. Met de uiterste voorzichtigheid maakte
mijn paard eene reize rondom den stam, telkens zich lang-
zaam beradende, waar het te midden van al de beletselen
zijnen weg zou vinden. Overal, waar men den blik mocht
wenden, vond men zich geheel omringd, begraven, gevangen,
beheerscht door dezen èénen woudreus.
J. ten Brink.
23. - KLEINIGHEDEN.
I. liefde en waarheid.
De nacht volgt op den dag, de winter na den zomer,
Na jeugd de mannenkracht, dan oudheid, zwak en loomer.
De wereld vliegt voorbij en neigt tot ondergaan:
Maar liefde en waarheid, beide oneindig, blijven staan.
JVellekens.
il een zaadkorrel.
Een korrel graan, in de aard' gestrooid.
Geeft honderdvouden overvloed;
Zoo zaaide ik graag in uw gemoed
Een korrel deugd, die 't zelfde doet:
T>Lieg nooit" Heije.
iil 't kan verkeeren.
Licht kan uit ons duister dagen.
Klagen overgaan in lof.
Doornen kunnen rozen dragen;
Rupsen, die het blad doorknagen,
Later als gewiekte bloemen sieraad wezen van den hof.
Laurillard»