Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
»of anders is de brief de naaste week nog niet geschreven/' —
Ja, dit weet ik wel »"antwoordde Trien, »maar zegt gijlieden
dan, wat ik zetten moet." — »Wel, vraag eerst en vooral
naar zijne gezondheid," — De maagd schreef weder gedu-
rende eene poos, vaagde twee of drie verkeerde letters met
den vinger uit, arbeidde druk, om het haar te vatten, dat
hare pen achterna sleepte, morde tegen den koster, omdat
de inkt te dik was, en Tas dan met luider stemme:
T>Beminde Jan^ hoe gaat het al met uwe gezondheid
»Zoo is het goed," sprak de moeder, »schrijf nu, dat wij
altemaal gezond zijn, menschen en vee, en dat wij hem
eenen goeden dag zeggen."
Trien bepeinsde zich een oogenblik en ging dan voort
met schrijven. Gedaan hebbende, las zij:
nGod zij geloofd^ wij zijn altemaal nog gezond en de os en
de koei ook^ behalve grootvader^ die ziek is, en wij wensche7i
u al te zamen eenen goeden dag.''''
»Maar, lieve Heerl" riep hare moeder, »Trien! kind! waar
hebt gij dat geleerd ? De koster----" —
»Spreek mij niet aan," viel het meisje haar in de rede, »of
gij doet het mij vergeten. Nu gevoel ik, dat het zal gaan."
Gedurende een half uur heerschte de diepste stilte. De
arbeid scheen met meer gemak voort te gaan; want de
maagd glimlachte soms onder het schrijven. De eenige stoornis
werd haar aangedaan door Pauwken, die nu met zijne vijf
vingeren tegelijk in den inkt zat en zijn geheel armken
zwart had geverfd. Reeds tienmaal had Trien het koppeken
van de eene zijde der tafel naar de andere verplaatst; doch
het jongsken was zoo zeer op den inkt verslingerd, dat men
het er niet van weghouden kon. Evenwel, de twee eerste
bladzijden van het papier geraakten vol tot onder. Op het
aandringen der vrouwen gaf Trien met zekeren hoogmoed
lezing van haar opstel, dat aldus luidde:
Beminde Jan!
y>Hoe gaat het al met uwe gezondheid? God zij geloofd, -wij
L. LEOPOLD, Leeshoek, VIII, 5de druk. 3