Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
maar het kind heeft bij de lange treurnis zijner ouders
reeds begrepen, dat het afscheid een schrikkelijk ongeluk
is, — en het schreit nu met luide galmen.
Alles is gereed: hij gaat vertrekken. Reeds heeft hij de
hand zijner moeder vaster gedrukt en eenen voet vooruit-
gezet; maar hij slaat zijn oog in het ronde, omvat in eenen
breeden liefdeblik de ootmoedige hut, waar zijne wiege
stond, de heide en bosschen, getuigen zijner kindsheid, en
de magere velden, door zijn jongelingszweet zoo dikwijls
reeds bevrucht. Dan valt zijn oog beurtelings-in de oogen
van allen, die hij bemint, ook in de oogen van den os,
zijnen trouwen vriend in den zuren arbeid.....hij slaat de
hand voor het aangezicht, verbergt den traan, die over zijne
wangen rolt, en zucht onhoorbaar: »Vaarwel!"
Hij heft het hoofd weder op, schudt zijne losse haren als
eene mane rond den hals en stapt met besluit voort.
Allen volgen hem een eindweegs, totdat eindelijk het oogen-
blik van scheiden daar is en hij ze nog eenmaal hartelijk kust en
omhelst. Ook de speelgenoote zijner kindeijaren, het meisje, dat
met hem lief en leed deelde van dat ze als kinderen over de heide
dartelden, tot op dit oogenblik, nu het noodlot hen vaneensclieurt,—
met diepe smart fluistert hij haar een laatst vaarwel toe: zij is het,
die hij later de zijne hoopt te noemen, zoo ze in zijn afzijn hem
niet vergeet — en dat zal ze niet, — ze heeft het hem vóór zijn
vertrek plechtig beloofd.
Jan vertrekt naar Venlo, bij herhaling zendt hij tijding van zich
naar huis, — totdat men eindelijk niets meer van hem verneemt.
Groote ongerustheid heereeht er onder de arme lieden: men weet
niet, wat te doen, totdat Trien eindelijk tot het heldhaftig besluit
komt haren Jan eenen brief te schrijven. Zij is het schrijven wel
geheel vergeten, maar heeft toch haar oud schrijfboek weer uit de
kist gehaald en het opnieuw zoo goed haar mogelijk is geleerd.
Uit het dorp heeft ze nu van den koster twee groote ijladen schrijf-
papier, eene vermaakte pen en een fleschken met inkt gehaald en
daar spoedt ze zich naar de beide hutten, waar ze door allen met
opene armen ontvangen wordt.
De beide weduwen zaten bij de tafel met ongeduld op
Trien te wachten. De oude grootvader, door eene verkoud-