Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
bosschen bewonen. Wanneer eene talrijke groep in de, dik-
wijls honderd voet hooge, kruinen der boomen zich gerust
aan den slaap heeft overgegeven, dan nadert een groote
gestreepte tijger en vlijt zich aan den voet neder. Nauwelijks
heeft een der bevolking in de takken het monster opgemerkt,
of de schrik perst hem een klagend gehuil af. Allen ont-
waken — allen zien den koning der verschrikking beneden —
allen schreeuwen — en alleen de tegenwoordigheid van dat
vreeselijke dier jaagt hun zulk eenen doodangst aan, dat
ze, geheel verbijsterd, op en door elkander, van tak tot tak
springen en onder huilen en jammeren de een den ander
verdringen. Ondertusschen blijft de tijger stil en rustig
liggen — maar onbeweeglijk fonkelen zijne oogen de arme
apen aan — totdat er eindelijk een in de verwarring en
het rumoer naar beneden valt, die dan gegrepen en ver-
slonden wordt.
Dc wilde stier is een der schoonste dieren van Java's
wildernissen. Ook op hem aast de tijger; maar hij treedt
hem niet tegen in een open, ridderlijken kamp; hij bespiedt
zijne gangen, wacht hem af in eene hinderlaag en bespringt
hem verraderlijk. Daar ligt de moordenaar op de loer in
de dichte struiken; hij weet, dat hij zijne prooi weldra zal
zien; want het malsche gras heeft den stier reeds menigen
nacht herwaarts gelokt. Daar nadert eindelijk het trotsche,
fraai geteekende, met sierlijke horens gekroonde dier. Rus-
tig, van geen gevaar bewust, voor geen gevaar bevreesd,
doordien het de kracht van zijne spieren, kop en horens
kent, geniet het de geurige kruiden, door den dauw van
den nacht besproeid. De tijger ligt onbeweeglijk, hij ver-
roert zich niet, hij houdt zijnen adem in, hij wacht — de
stier komt al grazende dichter bij —• nog eene kleine wen-
ding, en de gelegenheid zal gunstig zijn — en nu — slechts
één enkele sprong — en de tijger zit zijne prooi op den
rug — hij heeft hem zijne klauwen in de breede borst ge-
slagen — hij heeft hem de slagtanden in den korten, rim-
peligen nek gezet — een vreeselijk gebrul weergalmt inden