Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
138
zicht was. Wel waren er op hetzelfde oogenblik nog orders
gekomen, om de grootste schepen in de dokken op te leggen,
daar men zeker wist, dat de armada niet voor het volgende
jaar zou uitloopen; maar Howard en Drake lieten zich niet
om den tuin leiden, en, al waren Elisabeth en de haren
zorgeloos en dwaas, zij wisten beter, wat zij te doen had-
den , en zij deden het ook.
Zestig schepen liepen de haven van Plymouth uit, en elk
oogenblik kwamen er vrijwilligers en schepen bij. De En-
gelschen vertoonden zich in al hunne kracht en liefde voor
het vaderland. De Spaansche vloot kwam als het ware met
dettigheid opzetten in den vorm van eene halve maan:
Medina Sidonia in het midden, in zijne schootvrije forteres
op zijn galjoen, omringd met infanterie- en kavallerie-
officieren, die evenveel van een zeegevecht af wisten, als
hij zelf, zooals Motley zegt; maar zonder eenige moeite won-
nen de ervaren Engelschen, onder Drake, Frobisher, Haw-
kins en anderen den wind en zaten de groote schepen op
de hielen, schoten er van tijd tot tijd een schot in en
plaagden en tergden ze op alle manieren. Tevergeefs bood
de deftige vlootvoogd, door het ophijschen van den konink-
lijken standaard het algemeen gevecht aan, de Engelschen
bedankten er hartelijk voor. Dat was hun plan niet. Ri«
calde mocht ook doen, wat hij wilde om hen tot staan te
krijgen, eer hij zich met een zijner logge schepen had om-
gedraaid, waren ze hem alweer uit den weg, en, zoo ras hij
maar weer voortging, zaten ze hem ook weer op het lijf,
hem geen-oogenblik met rust latende, en hem elk oogenblik
eenen kogel in de ribben zendende, die echter niet veel kwaad
deed. De Spaansche schepen schoten ook onophoudelijk en
verspilden noodeloos hun kruit en lood. Of dat door de
busmeesters, die meestal Vlamingen waren, met opzet ge-
schiedde, durf ik niet verzekeren; maar zeker is het, dat
Miguel d'Oquendo er den zijne zeer over bestrafte. Deze
werd boos, lei eenen loop kruit tot de kruitkamer, stak den
brand er in, sprong in zee en het schip vloog op. De be-