Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
136
provincie Utrecht, die toch niet het minst van de geeste-
lijke goederen geprofiteerd had. In korten tijd was Parma
zoodanig ingesloten, dat er aan geen uitloopen te denken
viel, en als ge nagaat, dat hij heel goed wist, wat voor
knapen het waren, waarmee hij te doen had, dan begrijpt ge,
dat noch hij, noch de zijnen veel trek in de zaak hadden.
Medina Sidonia schoof intusschen maar voort met zijne
logge schepen en zijnen Spaanschen trots en dacht mis-
schien niet eens aan die onbeduidende scheepjes, die daar
zoo veel kwaad deden.
Philips zat op zijne oude manier alles te berekenen en
na te gaan. Nu was de vloot hier, nu was het landings-
leger van Parma met Medina Sidonia vereenigd, nu waren
ze in Engeland, nu was dat trotsche eiland onderworpen
en de koningin gevangen, nu ging het zus, nu zoo, en dat
alles, terwijl de geheele armada al verstrooid was en de
meeste Spanjaarden al verdronken of in handen der vijanden
waren. Hij ging echter in zijne kinderachtigheid maar
voort, met dagelijks nieuwe orders en bevelen uit te vaar-
digen en zijne onnoozele kantteekeningen op de depeches te
maken.
Ik zeide straks, dat Medina Sidonia met zijne schepen
voortschoof, en waarlijk het »was niet anders, als men be-
denkt, dat hij van Lissabon tot kaap Finisterre drie weken
noodig had. Hij had zijn schip met dokters en geneesmid-
delen aldaar per ongeluk achtergelaten, en nu overviel
hem een verschrikkelijke storm, waar hij niet op gerekend
had en waartegen hij niet bestand was. Het meest hadden
natuurlijk de galeien te lijden. De slaven hadden daaren-
boven besloten., zich bij de eerste gelegenheid vrij te maken
en de soldaten te dooden. De bevelhebber der Vesana,
heel goed begrijpende, dat de galeislaven meer van zeeman-
schap afwisten dan hij zelf, vroeg aan eenen zekeren En-
gelschman, Gwijn, die zoo wat hun hoofd was en reeds elf
jaar gevangen zat, of hij kans zag, de galei te redden. »Wij
kunnen de armada niet meer naderen", zei deze, »en we