Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
135
vinding op zee, den hertog van Medina Sidonia. Dit was
al weer eene van de groote fouten des Spaanschen konings.
Het volk zei wel, dat hun in plaats van den ijzeren mar-
kies een gouden hertog gegeven was; maar Philips had
besloten, en dat moest doorgaan. Tevergeefs deed Parma
hem nog weten, dat zijn volk door ziekte als anderszins in
Vlaanderen versmolten was, en dat hij nu ten minste, nu
Engeland gewaarschuwd was, wel 50,000 man noodig had;
maar hij kreeg ten antwoord, dat hij maar doen moest, of
hij de eene of andere plaats in Holland of Zeeland wilde
belegeren, waarom hij hartelijk lachte en zijne schouders
ophaalde, overtuigd, dat zijn meester van de geheele zaak
geen flauw begrip had.
Philips had zeker nooit gehoord, dat men de huid van
den beer niet verkoopen moet, voordat hij dood is; want
anders was hij zoo zot niet geweest, maar over de vloot
en de troepen van Parma te beschikken en ze te laten
zeilen en marcheeren alsof het poppetjes waren, daar de
kinderen mee spelen. Hij geloofde wel, dat de Engelschen
het een en ander tegen de vloot zouden kunnen probeeren;
maar, dat de Hollanders en Zeeuwen de havens van Duin-
kerken en Ostende zouden kunnen bezet houden en Parma
beletten uit te loopen, daat had hij geen oogenblik aan
gedacht. En toch zouden dezen het hem juist doen, en dat
willen wij u vooral vertellen, omdat de Engelschen zich
altijd nog maar houden, alsof de hulp der Nederlanders
slechts weinig te beduiden heeft gehad.
In ons vaderland had men allerhande maatregelen geno-
men; schepen in zee gestuurd en troepen gezondetf naar
de plaatsen, die aan zee of aan onze rivieren lagen, alsof
er een aanval der oude Noormannen te duchten was. Overal
was geld gevraagd, in de steden en in de provinciën, en
het waren Holland en Zeeland vooral, die het meeste op-
brachten. Die beide provinciën zijn het dan ook altijd ge-
weest, die, als de nood aan den man kwam, de zaken
deden. De stad Leiden alleen gaf veel meer dan de heele