Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
126
heimelijke samenkomsten versterkte. Doch 't meeste deel
des raads was voor 't houden der stede. Men besloot ook,
de liefhebbers van den staat onder zeker ander voorwend-
sel te wapenen, om de kWalijkgezinden, als "t nood deed,
te keer te gaan. De Ynoed der overheid werkte zoo sterk op
de harten der gemeene burgeren, dat zij den vijand van de
wallen toedreven, eer den linkerarm te zullen opeten, dan de
stad uit hongersnood overgeven, en zich van den rechterarm te
zullen bedienen, om haar te beschermen, of, als H neep^ in
brand te steken en te verlaten.
De laatste dagen van Herfstmaand werden in bijstere be-
nauwdheid gesleten. Velen hadden in zeven weken geen
brood geproefd : de aanzienlijksten aten paardenvleesch zoo
graag, als tevoren of naderhand ""t schapenvleesch, 't ge-
meen behielp zich met gekapte huiden. Honden- en kat-
tenvleesch was lekkernij. Vellen van drogen schol, wegge-
worpen beenderen werden van de mesthoopen opgezocht,
gekauwd en uitgezogen, 't geronnen bloed uit de goten ge-
schept en ingeslikt, koolbladeren, bladeren van velerlei
vrucht- en andere boomen op meer dan eene wijze bereid
en gegeten. Jonge kindertjes spijsde men met paardendar-
men; dien zoo veel niet gebeuren mocht, gaven nu en dan
den geest in 't trekken aan de ledige borst. Somtijds heeft
men moeder en kind op de straat dood gevonden. Behalve
met den honger had men in de stad te worstelen met de
pest, die omtrent zes duizend menschen wegsleepte. De le-
venden hadden nauwelijks kracht, om de dooden ter aarde
te dragen, knikkende hun de knieën onder 't lijf, als zij
eene brug op moesten. De wachten, die door tien man plach-
ten waargenomen te worden, werden nu slechts met vijf
of vier man bezet, die somtijds, des morgens thuis komende,
vrouw of kinders dood vonden.
( Wagenaar.)
Men kan hier dag aan dagen zien,
Dat dragers van de lijken,