Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
i III
zelfopofferend karakter, innemend van manieren, bij allen,
ook bij zijne vijanden, geacht. Als soldaat overtrof hij zelfs
zijnen beroemden broeder. Wordt ons van dezen gezegd, dan
hij meer in de raadzaal dan op het slagveld schitterde, van
hem was het tegengestelde waar. Hij was de man om uit
te voeren, wat zijn broeder beraamd had. De een was het
hoofd, de ander de rechterhand.
Fruin.
58. - HET GEVECHT BIJ HEILIGERLEE.
Twee episoden van het gevecht verdienen bijzondere ver-
melding. Terwijl het voetvolk handgemeen raakte, begonnen
de ruiters van weerszijden te schermutselen. Adolf van Nassau
bereed dien dag een vurig, jong paard, dat, zeker nog niet
aan het slaggewoel gewend, door het knallen van het geschut
en het geschal der trompetten verschrikt, niet te regeeren
was, en, toen de schermutseling begon, met zijnen berijder
doorging en hem midden onder den vijand voerde. Tevergeefs
zocht Adolf het paard met zweep en sporen te bedwingen,
om naar de zijnen terug te rijden: het bleef steigeren en
voorwaarts dringen. Al dichter werd hij door de vijandelijke
ruiters omringd, en moedig strijdende viel hij weldra onder
hunne slagen, eer de zijnen hem konden ontzetten. Dat hij
niet weerloos was afgemaakt, toonden na den slag de vele
lijken van vijanden, die om hem lagen. Hij was de eerste
Nassau, die strijdende voor de vrijheid van Nederland het
leven liet, een jong man van groote verwachting, maar te
jong gestorven, om te toonen, wie hij was. Zijn dood wierp
over de vreugde van de overwinning, althans voor den veld-
heer, een somber floers.
Aan den anderen kant was vooral het lot van Aremberg
te betreuren. Van de geestdrift en blijde hoop, waarmee hij
den slag had aangevangen, was hij in niet veel meer dan
een uur tot de diepste wanhoop vervallen. Het leger, dat
hem was toevertrouwd, had hij voor zijne oogen, onder zijn