Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
06
En voerde 't met zich in hare armen
Ver boven honger, koude en smart.
Nog zat zij in die harde vorst.
De voetjes onder heure rokken
Gekruist en stijf ineengetrokken,
Eén handje schuilende aan de borst.
Verkleumd lag 't andere in heur schoot
En hield de half verteerde brokken
Der afgebrande zwavelstokken
Krampachtig in de stramme knokken.
Nog stonden haar de kaakjes rood:
Nog kwam een lach om 't mondje zweven;
Maar de oogleên, die zij eenmaal sloot,
Waaraan haar droeve traantjes steven.
Zij vroren toe. — Het kind was dood.
En toen de bleeke dageraad
De grauwe wolken had gespleten
En 't hoekje lichtte van de straat,
Waar 't schamel meisje was gezeten.
Schonk meer dan een der lieve een' traan.
En velen spraken: »Zie, och armen,
De kleine wilde zich met spaan
Van broze zwavelhoutjes warmen!'"
Maar wat al schoons zij had verstaan.
Maar wat al goeds zij mocht aanschouwen,
Eer zij haar oogleên had gevouwen.
Niet één van allen zag 't heur aan.
En niemand onder hen bevroedde er,
Hoe blijde zij met de arme moeder
Ter eeuw'ge vreugd' was ingegaan.
nolet de brauwere van steeland.