Boekgegevens
Titel: Leesboek voor de volksschool
Deel: Dl. 8 Bonte steenen
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1875
5e, herz. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6038
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201247
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
Zij stegen tot den hemeltrans
Als zooveel starren in den hoogen
En schitterden in vollen glans
Aan de uitgebreide azuren bogen.
En eene van die lichtjes schoot
Met oogverblindend zilverweem'len
Een langen vuurstraal langs de heeml'en,
En 't kleintje vroeg zich: wie is dood?
Want meermaals, ja, had zij gelezen
Dat telkens als een star verschiet,
'Een' vrome ziel deze aard verliet.
Zou 't ook heure arme moeder wezen?
Ze ontvlamde een zwaveltje, en meteen'
Was 't, of de moeder haar verscheen,
Ten bet'ren leven opgerezen
En vriend'lijk blikkend naar beneên.
»Ach, moeder (kreet zij), ga niet heen!
(En reikte de armkens uit naar boven)
»Laat, moederlief, mij niet alleen!
»Ach, als mijn zwaveltje uit zal dooven,
»Dan weet ik, dat ge van mij scheidt;
»Maar 'k wil, o moeder, u behouên;
»Ach, laat mij langer u aanschouwen
»En deelen in uw' heerlijkheid."
Fluks streek ze een' bondel langs de wanden ,
Dat al de sulferstokjes brandden;
En zie, wat heerlijk droomgezicht
De moeder, in een' zon van licht,
Stond daar en strekte beide handen
Zoo minzaam uit naar 't schamel wicht.
»0 moeder-lief, verhoor mijn' bede,
»En neem mij, arme, met u mede!"
Het meisje sloot haar oogjes dicht;
De zaal'ge neigde vol erbarmen:
Zij prangde 't kind aan 't moederhart