Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
43- — BOUWKUNSTENAARS IN
HET DIERENRIJK.
Een veertje, eeii pluisje, een halm, een aar,
Wat mos, -wat spinsel----is liet maar,
Zoo^n vogelnest — hoe komt het dan,
^ Dat 't ons zoo innig roeren kan ?____
^ Een pluisje, een veer, een -weinig wol,
^laar — veel geluk, een wereld vol!
Is eigenlijke kunstenaars, of, op zijn
minst genomen, als de kunstigste
arbeiders uit de dierenwereld komt
de eerste rang aan de vogels toe.
Het is een warme dag in den
voorzomer, en wij bevinden ons
aan den vlakken oever van een
moeras of vijver, waar honderden zwaluwen met groote drukte bezig
zijn. Wij voelen ons reeds terstond tot haar aangetrokken, zoo be-
koorlijk zien zij er uit met die blauwzwarte rokjes en witte broekjes;
maar wij krijgen ze nog veel meer lief, wanneer wij nauwkeurig haren
nestbouw gadeslaan. De meeste zwaluwen maken hare nesten van slijk
of vochtige aarde, de aardige huis- of meelzwaluw aan de buitenzijde
der gebouwen, de boerenzwaluw onder de daken en op de vlieringen.
Het nest der eerste, dat meestal vrij hangt of ten minste slechts een
geringen steun van onderen heeft, is veel kunstiger, dan dat der tweede
soort. Beide hebben den vorm van het vierde deel eens kogels, — dat