Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
Er kroesden knevels om zijn' neus:
Hij leek een harig dier;
Hij was zoo groot wel, als een reus,
Zoo grof wel, als een stier;
Er hing een sabel aan zijn zij
Van zeven vaam, ten naaste bij.
Hij hief geduchte knuisten op
En dreigde groot en klein,
Hij had een schrikklijk breeden kop,
Maar bitter weinig brein;
Hij sloeg de kindren bont en blauw
En stapte weg, gelijk een pauw.
Zoo kwam hij eiken ochtend weer
Met trotsche snorkerij:
„Laat komen," riep hij, „knecht of heer.
Hij vindt zijn' man aan mij!
Wie graag wil loopen op een' kruk.
Ik beuk hem knok en ribben stuk."
Daar kwam van kooi en velden af
Een jongling, zwak en kleen:
Hij droeg een' rieten herdersstaf,
Een' slinger en een' steen
En sprak: „Al zijt gij sterk en trotsch,
Ik kom hier in den name Gods."
Hij sprak en lei den steen in 't leer
En smeet den snorker dood;
Daar lag hij, de ongelikte beer.
Zoo onbeschoft als groot;
En David hieuw hem met zijn' kling
Nog gauw den kop af, eer hij ging.
3*