Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
Daarna zwegen beiden lang; het zweet brak Bart uit, ofschoon het
buiten zoo koud was.
De vrouw schuurde een' ijzeren pot, het hout op den haard knetterde,
de vonken vlogen in 't rond; nu en dan schreide een klein kind;
de vader, Andries, wiegde. Na eene poos hield zij met schuren op,
en hij met wiegen, en zij zeide: „Ik geloof, ge denkt beiden aan elkaar,
zonder het te willen woord hebben." •— „Laten we van wat anders
praten!" zeide Andries en stond op: 't was, of hij naar de deur ging.
Bart moest zich achter het brandhout verbergen, en Andries kwam juist
daarheen, om hout te halen. Bart drukte zich in eenen hoek en zag
hem duidelijk; hij had zijne versleten, Zondagsche kleeren uitgetrokken,
en nu droeg hij de uniform, waarmee hij uit den oorlog was terug-
gekomen. Bart had er ook zoo eene; maar ze hadden elkander vroeger
beloofd, ze nooit te dragen en ze, als een aandenken, te bewaren.
Die van Andries was nu reeds bijna afgedragen, ja, ze bedekte het
lichaam maar ten halve meer; Bart dacht daarover na, en hij hoorde
daarbij het horloge in zijnen zak tikken. Andries ging naar eene plaats,
waar beukenhout lag; maar, in plaats van zich dadelijk te bukken, om
de brandstof op te laden, bleef hij mijmerend tegen den muur leunen
en blikte naar den hemel, die met schitterende sterren bezaaid was.
Met een diepen zucht zeide hij: „Ja — ja — ja! lieve God, mijn
lieve God!" Die woorden sneden Bart door de ziel; nu stond hij op
het punt, zijnen broeder om den hals te vallen; maar — op hetzelfde
oogenblik kreeg Andries eene hevige hoestbui, en meer was er weer niet
noodig, om hem terug te houden. Andries nam nu eenen armvol beu-
kenhout en liep daarmee zoo dicht langs Bart, dat dezen de takken
langs het gezicht streken. — —
Nog wel tien minuten stond hij op dezelfde plek, en hoe hij bij
Andries in de kamer was gekomen, was hem later altijd nog een raadsel.
Maar hij was er geweest, en de woorden: „Ga, Bart!" klonken hem
nog in de ooren. Nu stond hij weer buiten, nog altijd gescheiden van
zijnen broeder, dien hij eigenlijk toch zoo innig liefhad. Opdenheeten
gloed, die hem zoo even doortintelde, volgde eene huivering, die hem
de tanden deed klapperen. Toen hij buiten in 't veld kwam, verweet hij
zich zeiven, dat hij voor een heftig woord van Andries, misschien niet