Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
vaardigd voor begrafenissen — eene gissing, waarin de bijzondere
kostbaarheid der begraafplaats een iegelijk versterken moet, die er zich
toe verstout — is nu aan een van gewemel en gegons vervulden bijen-
korf gelijk. Inderdaad zijn hier de bijen bijeen, die uit de Kenne-
mersche en Westfriesche boterbloemen haar' honig en was zuigen. — De
Langestraat, eene straat, welke haren naam van de familie de lange
schijnt te ontleenen, welke, beurtelings met al de letters van 't AB
onderscheiden, op drie vierden der deurposten prijkt, is van boeren en
boerinnen vervuld; de laatsten in lange reeksen bijeen, de stoepen der
goudsmeden op- en afdrentelende of de koekwinkels in- en uitstroo-
mende, in luid gesprek, lachende met groote monden, en zich op de
knie klop])ende bij iedere nieuwe losbarsting van boerinnengeestigheid.
Maar de grootste drukte is op het Waagplein, waar de kleine gele
kazen bij duizenden ponden op uitgebreide en met het naamcijfer der
eigenaars gemerkte zeilen nederliggen. — Al, wat gij hier ziet, moet
vóór klokslag van tweeën verkocht zijn. Na dat uur mag geen koop
meer worden gesloten, en geen boer wil of kan zijne kaas weer meene-
men. Hij moet ze verkoopen, even zeker, als de kooplieden uit de eerste
hand haar tnoeten inslaan. Den hoogsten prijs te maken, is een kunstje,
dat menig boer uitnemend verstaat. Aardig is de gemaakte toorn,
waarin geloofd en geboden en waarmede de koop eindelijk gesloten
wordt, alsof de beide partijen elkander met grimmige gezichten wijs
willen maken, dat het bloed er uit moet. — Maar nu komen de
kaasloopers, in hunne witte pakken en met hunne gele, groene en roode
hoeden, op hun onveranderlijk sukkeldrafje en brengen den verkochten
stapel op burries, waar hij heen moet, in een schip of een pakhuis.
Ziehier nu de levenskracht van Noord-Holland. Het is niets anders,
dan deze kaas, die het verdedigt tegen de woede der zee, die het een
groen land doet zijn en blijven, die al Noord-Hollands schoorsteenen
rooken doet.