Boekgegevens
Titel: Stofgoud
Serie: Leesboek voor de volksschool, 7
Auteur: Leopold, L.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1884
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6022
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201234
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Stofgoud
Vorige scan Volgende scanScanned page
Bladz.
Hij spreekt: „Dat duld ik langer niet,
't Moet anders worden, bij mijne eer!
Die bloemen zijn wel fijn en teer.
Maar zonder kleuren, waar men ziet,
„En zonder geur op 't glinstrend blad.
Dat zich niet eens verroeren kan:
'k Geloof, dat Neef, de Winterman,
Toen hij 't zóó deed, zijn' neus vergat."
Nu rukt hij 't krakend venster los
En spreekt: „Hoe doodsch is 't in het rond,
eHoe dekken sneeuw en ijs den grond.
Hier de elzenhaag, ginds 't kreupelbosch!
„Hoe staan die boomen dor en kaal,
Hoe bibbren ze, als het teeder kruid!
Geen knopje tuurt er vriendlijk uit
Bij 't schittren van den zonnestraal.
„Geen vogel zit er zingend neer;
Maar allen fladdren droef en stom
Langs beek en beemd en akker om
En zuchten: „„Och, kwam Maart slechts weer!
„'k Heb met die dieren medelij'
'k Wil daarom gaan en brengen hulp:
De sneeuw moet weg van veld en stulp.
Opdat er lust en leven zij.
„'k Zet hier en daar een bloempje neer,
Het winterzotje langs de padn.
Den krokus met oranjebla^n
En nog een enkel bloempje meer.
*) Sneeuwklokje.